Het DG Leefmilieu heeft op federaal niveau de opdracht om erover te waken dat het op de markt brengen van gevaarlijke stoffen en preparaten, de controle op de naleving van de normen die zijn uitgevaardigt in het kader van het geïntegreerd productbeleid en de doorvoer van afval beantwoorden aan de wettelijke verplichtingen. Drie inspectieteams controleren in het bijzonder biociden, gevaarlijke stoffen en preparaten en de internationale doorvoer van afvalstoffen die niet in België worden geproduceerd, behandeld of verwijderd. Een voorbeeld? De milieu-inspectie heeft een spray opgespoord die leder waterdicht maakt, maar die ook bijzonder irriterend is voor de luchtwegen. Het gewraakte product mag niet langer worden verkocht of gebruikt. U merkt het: de inspecteurs hebben in de eerste plaats de opdracht om de consument te beschermen. Ze treden preventief én repressief op tegen bedrijven die de wet overtreden.
Wat controleren ze precies? Welke stappen moet een ondernemer zetten om in orde te zijn? Alles hangt af van de productcategorieën, die nauwkeurig werden omschreven.
Leven in een gezonder en veiliger milieu * Wie is waarvoor bevoegd? * Controles door de federale milieu-inspectie * Op de markt brengen van biociden en gevaarlijke stoffen en preparaten * Voorbeelden van gevaarlijke producten voor algemeen gebruik * Controle op biociden * Controle op doorvoer van afvalstoffen * Respect voor de normen in het kader van een geïntegreerd productbeleid
Leven in een gezonder en veiliger milieu
In het milieu en in de producten die we dagelijks gebruiken, zitten chemische stoffen. Sommige daarvan zijn ongevaarlijk, maar andere vormen een bedreiging voor gezondheid en milieu.
De federale overheid bouwt een productbeleid uit dat het milieu respecteert en de gezondheid beschermt. Zo zorgt ze voor een gezondere en veiligere leefomgeving voor de burgers.
Dit beleid focust op duurzame ontwikkelingIn 1987 formuleerde de Wereldcommissie voor Milieu en Ontwikkeling (ook de Commissie Brundtland genoemd) een definitie van duurzame ontwikkeling: een ontwikkeling die een antwoord geeft op de huidige noden zonder dat zij een gevaar leveren voor de mogelijkheden voor toekomstige generaties om hun noden in te vullen. Bovendien verzoent duurzame ontwikkeling sociale en economische ontwikkeling met milieubescherming en het behoud van de natuurlijke grondstoffen. Het Verdrag van de Europese Unie erkent duurzame ontwikkeling als een prioritaire doelstelling. en steunt op een hele reeks acties in de schoot van het DG Leefmilieu van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
De federale milieu-inspectie is de inspectiedienst van het DG Leefmilieu. Deze afdeling werd in 2002 als een onafhankelijke entiteit opgericht. De activiteiten van de afdeling worden geregeld door de wet op de productnormen en de uitvoeringsbesluiten daarvan (producten).
In België valt leefmilieu onder de gedeelde bevoegdheid van de Gewesten en de federale overheid (of de gemeenschappen als het gaat om volksgezondheid).
De federale overheid is belast met:
De bevoegdheden in vet schrift worden volledig of voor een groot deel uitgeoefend door het DG Leefmilieu. De andere bevoegdheden ressorteren onder andere federale overheidsdiensten.
In het kader van de bevoegdheden van het DG Leefmilieu, heeft de federale milieu-inspectie de opdracht om erover te waken dat de bestaande wetgeving wordt nageleefd en om inbreuken erop vast te stellen. De opdracht maakt het mogelijk een halt toe te roepen aan inbreuken die gevaar of hinder meebrengen, met een preventief én ontradend effect.
De specifieke bevoegdheden rond gevaarlijke producten worden ook gestuurd vanuit andere overheidsdiensten. Dat is bijvoorbeeld het geval met het vervoer van gevaarlijke producten (FOD Mobiliteit en Vervoer), de algemene veiligheid van producten (FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie), de blootstelling aan gevaar op het werk (FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg), ...
De geregionaliseerde milieubevoegdheden zijn:
Dit omvat onder meer de controle op vervuiling, milieuvergunningen, preventie en beheer van huishoudelijk afval, kwaliteit van het oppervlaktewater, individuele waterzuivering, …
Afhankelijk van waar het probleem zich voordoet , berust de bevoegdheid voor deze materies bij de Gewesten:
Controles door de federale milieu-inspectie
Controles worden vooral uitgevoerd op volgende aspecten:
Geïntegreerde en toekomstgerichte aanpak door inspectie
Op Europees niveau werd gestart met een nieuwe aanpak. Een geïntegreerde aanpak van de inspectieopdrachten verbreedt het veld van de controles naar nieuwe verordeningen en hun toepassing in België. Daarom voert de inspectie bijvoorbeeld controles uit op de aanwezigheid van zware metalen in verpakkingen, op het geluidsniveau van grasmaaiers, op hout dat werd behandeld met schimmeldodende middelen of op de commercialisering van stoffen die de ozonlaag aantasten.
De aard van de uitgevoerde controles evolueert in functie van de kracht zijnde wetgeving.
In de toekomst moet de inspectie bij zijn controles rekening blijven houden met evoluties in de wetgeving. Zo zal de uitvoering van de REACH en GHS (WEB) regelgevingen voor chemische stoffen en van het Nationaal Plan Milieu-Gezondheid (NEHAP) de activiteiten van de federale milieu-inspectie ingrijpend beïnvloeden.
Binnen de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, houden andere administraties zich bezig met controles op specifieke productcategorieën:
Op de markt brengen van biociden en gevaarlijke stoffen en preparaten
Deze inspecties hebben plaats op alle niveaus, zowel bij distributeurs (groothandelaars, supermarkten, detailhandel) als bij bedrijven (producenten, invoerders, …).
Elke tussenpersoon moet voor zijn producten beschikken over etikettering, verpakking en veiligheidsinformatieblad die conform zijn aan de huidige wetgeving.
Bovendien moeten biociden en gevaarlijke preparaten gemeld worden aan het Antigifcentrum zodat deze dienst de samenstelling exact kan identificeren als er zich een ongeval voordoet.
Hoewel het gaat om drie productcategorieën met specifieke kenmerken – biociden, gevaarlijke stoffen en gevaarlijke preparaten –,vallen ze toch grotendeels onder dezelfde wetgeving (K.B. van 17 juli 2002).
Zie de brochure Indeling, etikettering en verpakking van gevaarlijke chemische preparaten (.WORD)
Gevaarsclassificatie
De aard van het gevaar van een product wordt bepaald met een gevaarsclassificatie.
Er bestaan 15 gevaarscategorieën die verdeeld zijn in 3 groepen op basis van het risico.
De gevaarsclassificatie kan duiden op één of meerdere gevaren.
Voorbeeld van gevaarsclassificatie:
Licht ontvlambaar, bijtend: R11-R34
De keuze voor de uiteindelijke gevaarsclassificatie gebeurt op basis van laboratoriumtesten en/of een berekeningsmethode die rekening houdt met de gevaren die eigen zijn aan de aanwezige stoffen en hun concentraties.
De testresultaten en een deel van de samenstelling moeten dan ook ter beschikking zijn van de inspectiediensten bij controles.
De bepaling van de gevaarscategorie bepaalt in ruime mate de etikettering.
Etikettering
Voor elk gevaar is er een specifiek symbool in het zwart gedrujt op een oranjegele achtergrond en een gevaarsaanduiding.

Bij de symbolen en de R-waarschuwingszinnen horen ook de veiligheidsaanbevelingen (S-zinnen), de volledige adresgegevens van de verantwoordelijke, de chemische benamingen van de gevaarlijkste stoffen (indien noodzakelijk), …
Dat resulteert voor de classificatie:
schadelijk bij aanraking met de huid, zeer vergiftig voor in het water levende organismen R21– R 50
in een etiket dat er zo uitziet:

De reglementaire vermeldingen en omschrijvingen moeten worden opgesteld in de taal van het Gewest waar het product op de markt wordt gebracht.
De etikettering van biociden vereist bijkomende informatie zoals:
De aanbevelingen op de etiketten verwijzen naar reële gevaren.
Omdat bepaalde producten voor algemeen gebruik zeer gevaarlijk zijn, is het noodzakelijk om het etiket van elk product aandachtig te lezen, waar het ook vandaan komt (grootwarenhuis of elders).
Voorbeelden van gevaarlijke producten voor algemeen gebruik:
Elk jaar krijgt het Antigifcentrum een aantal oproepen in verband met deze producten, ook al staan de belangrijkste wettelijke vermeldingen duidelijk op de etiketten:
“Attentie! Niet in combinatie met andere producten gebruiken; er kunnen gevaarlijke gassen (chloor) vrijkomen.” (vermelding op bleekwater).
“Veroorzaakt ernstige brandwonden”; “Nooit water op deze stof gieten” voor zwavelzuur.
Deze vermeldingen en andere, zoals “Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren”, kunnen levens redden.
Daarom besteden de federale milieu-inspecteurs bijzondere aandacht aan de controle van de classificatie en etikettering van gevaarlijke stoffen en preparaten.
Verpakking
Naast de gewone verpakkingsvoorwaarden (waterdichte, resistente en hersluitbare verpakking), controleren de inspecteurs ook of de bijzondere bepalingen worden nageleefd die van toepassing zijn op gevaarlijke producten voor consumptie door het grote publiek.
Deze bepalingen zijn:
Ten laatste 48 uren vóór het op de Belgische markt brengen van een gevaarlijk preparaat of een biocide dient de verantwoordelijke de volgende informatie te bezorgen aan het Antigifcentrum, zoals bepaald in het KB van 19/12/1997 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 30/12/1997). Het betreft producten voor het grote publiek maar ook producten voor professionele gebruikers.
Deze informatie omvat onder meer de volledige samenstelling van het product en het veiligheidsinformatieblad die nodig zijn voor de uitvoering van de taak van het centrum (dringende oproepen).
Het Antigifcentrum beantwoordt ook noodoproepen over geneesmiddelen, pesticiden, cosmetica, gevaarlijke stoffen.
Als er zich een vergiftiging voordoet, waarschuw dan meteen het Antigifcentrum op 070 245 245.
De oproep is gratis.
Het Antigifcentrum heeft ook een website: http://www.antigifcentrum.be/
Bewaar het product – of alleszins het etiket – en informeer de behandelende arts.
Volledige gegevens voor het Antigiftcentrum:
P/A Militair Hospitaal Antigiftcentrum
Bruynstraat, B-1120 Brussel
Tel: (noodoproepen): 070 245 245
Contact met industrie (Mevrouw Andries)
Jeanine.andries@poisoncentre.be
0032-(0)2 267 96 40 Fax: 0032-(0)2 26496 41
Retributies voor gevaarlijke preparaten
Zoals bepaald in het KB van 14/01/2004, Hoofstuk X, art 12, is de verantwoordelijke voor het op de markt brengen van een gevaarlijk preparaat verplicht een éénmalige retributie van 125 euro per preparaat te betalen.
Deze retributie moet gestort of overgeschreven worden op rekening 679-2005959-96 van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.
Naast vermelding van de naam, het adres van de firma en de naam van het product moet op het overschrijvingsformulier verwezen worden naar 'artikel 12'.
De specifieke IBAN en BIC codes worden alleen vermeld voor betalingen vanuit het buitenland.
IBAN: BE65 6792 0059 5996 BIC: PCHQBEBB
Bank:
Banque de la Poste, 162 Avenue du Roi Albert II B-1000 Bruxelles
De betaling van de retributie gebeurt op eigen initiatief. Er wordt geen overschrijvingsformulier opgestuurd door het Antigiftcentrum of door het FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu naar aanleiding van een kennisgeving/notificatie aan het Antigiftcentrum.
De aangifte aan het Antigiftcentrum is slechts ontvankelijk na het betalen van de retributie.
Veiligheidsinformatieblad
Het veiligheidsinformatiebladBevat, net zoals de bijsluiter bij een geneesmiddel, technische informatie en hoort verplicht bij biociden en gevaarlijke stoffen en preparaten, gedurende de volledige distributiecyclus. Het ligt ook ter beschikking van alle professionele gebruikers van dit soort producten. bevat, net zoals de bijsluiter van een geneesmiddel, technische informatie en is verplicht voor biociden en gevaarlijke stoffen en preparaten, gedurende de volledige distributiecyclus. Het ligt ook ter beschikking van alle professionele gebruikers van dit soort producten.
Het veiligheidsinformatieblad herneemt in 16 punten alle veiligheidsvoorschriften die bij het preparaat horen (samenstelling, maatregelen bij eerste hulp, brandbestrijding, behandeling en opslag, vervoer, …).
Dit veiligheidsinformatieblad, biedt veel voordelen.
Het helpt het Antigifcentrum om efficiënt te reageren als er zich een ongeval voordoet. Het helpt ook de inspecteurs om na te gaan of de gegevens op het etiket correct zijn. De werkgever kan vaststellen of er gevaarlijke chemische componenten aanwezig zijn in de werkomgeving en kan de risico’s inschatten die zijn werknemers lopen. Bovendien is dit veiligheidsinformatieblad nuttig bij brand, ongeval of vervuilingincidenten.
Naast de wetgeving die ook geldt voor gevaarlijke stoffen en preparaten, moeten voor biociden bijkomende wetsbepalingen nageleefd worden (KB van 22 mei 2003).
Deze wetgeving legt onder meer volgende maatregelen op:
De controleurs maken ook verslagen over toelatingsaanvragen van verkopers en gebruikers.
Deze toelatingen en vergunningen zijn beperkt in de tijd (biociden - bedrijven).
De Hoge Gezondheidsraad beoordeelt de toelatingsaanvragen voor het op de markt brengen van biociden. De inspecteurs controleren of de vereisten voor de commercialisering van deze producten vervuld zijn (verpakking, etikettering, lokalen, registers, enz..).
Als de biociden op de markt komen, controleren de inspecteurs:
Controle op doorvoer van afvalstoffen
De controleurs onderzoeken of de afvalstoffen die in transit zijn op Belgisch grondgebiedTerm die gebruikt wordt voor de doorvoer van afvalstoffen die niet in België zijn geproduceerd en er niet worden vernietigd, verwijderd, behandeld of bewerkt. beantwoorden aan de geldende Europese wetgeving. (verordening 259/93/CE).
Het gaat hierbij om internationale doorvoer en het betreft alleen afvalstoffen die niet in België zijn geproduceerd en hier niet worden vernietigd, verwijderd, behandeld of bewerkt.
De controleurs controleren de begeleidende formulieren en de lading. Ze inspecteren ook de havens (Antwerpen, Oostende, Zeebrugge, Gent), met speciale aandacht voor verscheping via de Antwerpse haven.
Enkele cijfers geven een beeld van de ordegrootte van deze controles. De voorbije jaren werden jaarlijks bijna 16.000 aanvragen voor begeleidingsdocumenten behandeld (tegenover 10 jaar geleden slechts 5000). Op de weg worden ongeveer 15.000 vrachtwagens (waarvan een groot aantal afvalstoffen vervoeren) aan een controle onderworpen.
Respect voor de normen in het kader van een geïntegreerd productbeleid.
Een geïntegreerd productbeleid houdt rekening met de milieu-impact in alle fasen van de levensduur van een product: vanaf de productie en de distributie tot aan het gebruik en de verwijdering. Zo krijgt men een duidelijker beeld van de reële milieu-impact.
Een nieuwe geïntegreerde productaanpak werd op Europees niveau ingevoerd en vond bevestiging in de resultaten van nationale en internationale studies. Ze maakten het mogelijk om prioritaire productcategorieën te bepalen op basis van hun impact op het milieu. Het gaat om volgende categorieën: voertuigen, elektrische en elektronische apparaten, verpakkingen, bouwmateriaal en producten met oplosmiddelen (verf, detergent, lijm, …).
Een groot aantal sensibiliseringsacties is nu mogelijk rond deze producten. Een bindende actie bestaat uit het opleggen van normen (bijvoorbeeld voor maximale concentratie van zware metalen in verpakkingsmateriaal). De milieu-inspectie van het DG Leefmilieu heeft als opdracht dit te controleren en inbreuken op deze normen vast te stellen.
Dit type van inspecties maakt meestal deel uit van campagnes (een groot aantal inspecties op korte tijd). De doelwitten van de controles zijn zeer gevarieerd, zoals blijkt uit de campagnes die recent werden uitgevoerd:
Voor elke vraag naar formulieren of milieu-informatie:
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Directoraat-generaal Leefmilieu
Informatieloket
Victor Hortaplein 40, bus 10
1060 Brussel
Tel: 02/524 95 26
Fax: 02/524 95 27
E-mail: info_environment@health.fgov.be
Redactiedatum: 18.03.08
Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
DG Leefmilieu – Afdeling Inspectie
Victor Hortaplein 40, bus 10
B - 1060 Brussel
Tel.: 02 524 95 64: inspecteurs gevaarlijke stoffen en preparaten
Tel.: 02 524 95 65: controleurs biociden
Tel.: 02 524 95 62: doorvoer van afvalstoffen
Tel.: 02 524 95 64: inspecteurs producten
Fax: 02 524 96 36
Voor elke vraag naar dokumenten of milieu-informatie
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Directoraat-generaal Leefmilieu
Informatieloket
Victor Hortaplein 40, bus 10
1060 Brussel
Tel: 02/524 95 26
Fax: 02/524 95 27
E-mail: info_environment@health.fgov.be
Gepubliceerd op 16/11/2010 – Pagina laatst aangepast op 16/11/2010