De nieuwe EU-verordening inzake ontbossingsvrije producten (EUDR) is in werking getreden op 29 juni 2023 en bevat veeleisende, maar essentiële regels om wereldwijd een einde te maken aan ontbossing en bosdegradatie. Deze verordening verbiedt de productie en invoer in én uitvoer uit Europa van producten gebaseerd op hout, rubber, runderen, cacao, koffie, oliepalm en soja die bijdragen aan ontbossing en/of illegaal geproduceerd zijn. De nieuwe wetgeving brengt uitdagingen en verplichtingen met zich mee voor de spelers in de toeleveringsketens. Bovendien moeten deze producten vergezeld gaan van een zorgvuldigheidsverklaring. Hiertoe dienen ondernemingen een zorgvuldigheidssysteem uit te werken dat varieert afhankelijk van het risiconiveau in het producerende land.  Marktdeelnemers worden onderworpen aan grenscontroles en riskeren aanzienlijke sancties indien blijkt dat ze de regels niet opvolgen. 

De marktdeelnemers hebben 18 maanden (tot 30 december 2024) de tijd om de nieuwe verplichtingen in deze verordening toe te passen, voor kleine en micro-ondernemingen geldt een overgangsperiode van 24 maanden (tot 30 juni 2025), behalve voor producten opgenomen in de bijlage bij de EUTR verordening.

Het belangrijkste doel van deze nieuwe regels is ontbossing en bosdegradatie voorkomen. Dit kan op wereldschaal de bijdrage van de EU tot de klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit verminderen. Ook streeft de nieuwe wetgeving ernaar de bestaansmiddelen van miljoenen mensen, onder wie inheemse volkeren en lokale gemeenschappen die sterk afhankelijk zijn van bosecosystemen, veilig te stellen. Bedrijven moeten aantonen dat hun producten hun rechten respecteren. Europese consumenten krijgen ook de garantie dat de producten die ze kopen niet bijdragen aan de vernietiging of degradatie van bossen, met name onvervangbare tropische bossen. 

Toepassingsgebieden

De EUDR heeft een veel bredere juridische dekking dan de voorgaande Hout-verordening waarop het gebaseerd is. De producten die onder deze nieuwe regelgeving vallen zijn hout, rubber, rundvlees, cacao, koffie, palmolie en soja. De verordening heeft ook betrekking op de producten die van deze grondstoffen zijn afgeleid zoals leder, chocolade, meubels, papier en houtskool. Hoewel geen enkel land of product verboden is, wordt de productie, en de in- en uitvoer van producten die onder de EUDR vallen verboden als ze afkomstig zijn van ontbost land of, in het geval van hout, heeft bijgedragen tot de degradatie van bossen na 31 december 2020. 

Onder ontbossing verstaan we het omzetten van bossen in landbouwgrond. 
Bosdegradatie verwijst naar de omzetting van oerbossen of natuurlijk regenererende bossen in plantagebossen of andere beboste gebieden en de omzetting van oerbossen in aangeplante bossen. 

Deze verordening zal opnieuw worden bekeken en bijgewerkt in overeenstemming met de evolutie op het gebied van ontbossing. Uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding zal de Commissie beoordelen of het toepassingsgebied moet worden uitgebreid tot andere beboste gebieden.  

Verplichtingen van de ondernemingen

De verordening vereist dat ondernemingen bewijzen dat hun toeleveringsketens niet bijdragen aan de vernietiging of aantasting van bossen en dat hun producten voldoen aan de wetgeving die van kracht is in het land van productie. Dit principe van zorgvuldigheid zal zich kunnen baseren op een rangschikking van productielanden naargelang hun risico, van hoog tot laag.

Categorieën van ondernemingen

 

Operatoren en handelaren die geen kmo's zijn 

Alle marktdeelnemers, i.e. volgens de verordening alle ondernemingen die als eerste goederen die onder deze nieuwe wetgeving vallen op de Europese markt willen brengen of naar buiten de EU willen exporteren, moeten de zorgvuldigheidsprocedure uitvoeren en een zorgvuldigheidsverklaring indienen in het Europese informatiesysteem waarbij ze verklaren dat er een verwaarloosbaar risico van ontbossing of bosdegradatie en illegale productie verbonden is met hun producten.  
 
"Handelaren", i.e. volgens de verordening ondernemingen die goederen verhandelen die al op de Europese markt zijn gebracht, en dus niet producten voor het eerst op de markt brengen, en die geen kleine of middelgrote ondernemingen (kmo's) zijn, worden beschouwd als marktdeelnemers. Zij zullen vanwege hun invloed in de toeleveringsketens eveneens de zorgvuldigheidsprocedure moeten doorlopen en een zorgvuldigheidsverklaring moeten indienen voor producten waarvoor er nog geen verklaring ter beschikking is.

Marktdeelnemers en handelaren die geen kmo's zijn, moeten jaarlijks en in het openbaar, ook online, communiceren over hun stelsel van zorgvuldigheidseisen en de maatregelen die zij hebben genomen om ervoor te zorgen dat zij hun verplichtingen nakomen. Ze moeten een compliance officer aanstellen op managementniveau. Ze moeten ook een onafhankelijke auditor selecteren die belast is met de verificatie van de strategieën, controles en procedures die worden gebruikt om de risico's te beheersen.
 
Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's)

Marktdeelnemers die kmo's zijn, hoeven geen zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren als die reeds is uitgevoerd voor producten die op de markt zijn gebracht. In dit geval moeten ze de referentienummers van de zorgvuldigheidsverklaringen van hun leveranciers verkrijgen en delen. Als er nog geen zorgvuldigheidsprocedure is uitgevoerd op hun producten, moeten kmo's dat zelf doen. 
 
Handelaren die kmo's zijn, hoeven geen zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren, maar zijn wel verplicht om de volgende informatie te verzamelen en vijf jaar te bewaren: 

  • De contactgegevens van hun leveranciers en de referentienummers van hun zorgvuldigheidsverklaringen; 
  • De contactgegevens van de bedrijven waaraan ze leveren. 

Een marktdeelnemer die een natuurlijke persoon of een micro-onderneming is, kan de volgende marktdeelnemer of handelaar in de toeleveringsketen opdragen de zorgvuldigheidsverklaring namens hem in te dienen. Het is echter de taak van de oorspronkelijke marktdeelnemer, i.e. de kleine onderneming of de natuurlijke persoon, om ervoor te zorgen dat het product voldoet aan de EUDR. 

De zorgvuldigheidsprocedure 

Alleen marktdeelnemers en handelaren die geen kmo's zijn en de zorgvuldigheidsprocedure hebben doorlopen met betrekking tot hun goederen die onder de EUDR vallen, mogen deze goederen in de EU produceren, verkopen of uit de EU uitvoeren. De zorgvuldigheidsverklaring dient als een verklaring die aangeeft dat zorgvuldigheid werd betracht opdat de artikelen: 

  • na 31 december 2020 nergens ter wereld hebben bijgedragen aan ontbossing of bosdegradatie;  
  • zijn geproduceerd in overeenstemming met de wetgeving van het land van productie. 

De verordening definieert 3 hoofdfasen van de zorgvuldigheidsprocedure en specificeert de vereisten voor elke fase. 
  
Fase 1- Verzamelen en bewaren van informatie waaruit blijkt dat de producten conform zijn  
 
Als invoerende, uitvoerende en-producerende onderneming moet u informatie verzamelen over uw basisproducten, de hoeveelheid, de leverancier, het land van productie enzovoort. U bent verantwoordelijk voor uw toeleveringsketen. U moet ook beschikken over de geografische coördinaten van de percelen waarop de goederen die u op de Europese markt brengt, zijn geproduceerd.  
 
Deze informatie, die essentieel is voor de controle op ontbossing, maakt het mogelijk een nauwkeurig verband te leggen tussen het basisproduct of de goederen die op de EU-markt wordt (worden) gebracht en het stuk grond waarop ze zijn verbouwd. U moet ook de naleving van de wetgeving in het productieland verifiëren, meer bepaald op het vlak van grondgebruiksrechten, milieubescherming, bosgerelateerde regels, rechten van derden, arbeidsrechten, mensenrechten, u ervan verzekeren dat de rechten van de inheemse bevolking worden gerespecteerd, belastings-, corruptiebestrijdings-, handels- en douaneregelingen. Het verzamelen van deze gegevens heeft als doel de risico's beter te kunnen beoordelen. 
 
Hoe deze geografische informatie verkrijgen?  
Geolocatie is de meest doeltreffende methode om te beschikken over de gegevens die de autoriteiten nodig hebben om te controleren of uw goederen al dan niet bijdragen aan ontbossing. 


Fase 2- Het risico analyseren en beoordelen

Als onderneming moet u de in fase 1 verzamelde informatie gebruiken om het risico van niet-naleving in de toeleveringsketen te analyseren en te beoordelen. Bij de beoordeling van het risico van non-conformiteit van producten moet u onder andere rekening houden met: 

  • de risicoclassificatie van het land van productie,  
  • de aanwezigheid van bossen,  
  • de aanwezigheid van inheemse volkeren,  
  • de mate van ontbossing of bosdegradatie,  
  • nationale kwesties zoals corruptie, fraude, mensenrechtenschendingen, de complexiteit van de toeleveringsketen en de antecedenten van leveranciers op het gebied van niet-naleving. Deze risicoanalyse moet minstens één keer per jaar worden herhaald. 

Fase 3- Maatregelen nemen om het risico te verminderen

Als uit de risicoanalyse tijdens fase 2 blijkt dat het risico niet verwaarloosbaar is, moet u passende en evenredige risicobeperkende maatregelen nemen. U kunt bijvoorbeeld aanvullende informatie of documenten opvragen of onafhankelijke audits uitvoeren. De procedures en maatregelen om risico's te verminderen moeten minstens één keer per jaar worden herzien. 

Er is een vereenvoudigde zorgvuldigheidsprocedure waarbij marktdeelnemers niet aan alle bepalingen van de risicobeoordeling en risicobeperkende maatregelen moeten voldoen. Dit op voorwaarde dat  zij zich hebben vergewist dat de relevante grondstoffen en producten die ze willen in de handel brengen of uitvoeren in een land of regio werden geproduceerd dat als laag risico wordt beschouwd. In dergelijke gevallen moeten de marktdeelnemers op verzoek informatie kunnen verstrekken waaruit blijkt dat er een verwaarloosbaar risico is op omzeiling of op vermenging met producten van onbekende oorsprong of van producten uit hoog- of standaardrisicoproductielanden.

Een Europees risicobeoordelingssysteem

Binnen de 18 maanden die volgen op de inwerkingtreding van deze verordening zal de Commissie een lijst opstellen met de nationale referenties van de productielanden. Dit vergelijkend analysesysteem (gepland tegen 30 december 2024), zal de betrokken landen rangschikken in functie van het risiconiveau van ontbossing en bosdegradatie (hoog, standaard of laag risico) voor de productie van grondstoffen. In afwachting van deze lijst worden alle landen geclassificeerd als "standaard".

 De verplichtingen voor marktdeelnemers en autoriteiten variëren naargelang het risiconiveau van het productieland of de productieregio. Ondernemingen die producten invoeren uit gebieden met een laag risico, zullen een vereenvoudigde zorgvuldigheidsprocedure mogen uitvoeren nadat ze de complexiteit van de toeleveringsketen, het risico op omzeiling van de EUDR, en het risico op vermenging van producten met onbekende oorsprong of met een oorsprong uit hoog of standaardrisico hebben beoordeeld. Ze zullen wel onderworpen zijn aan versterkte controle indien de goederen afkomstig zijn uit gebieden met een standaard of hoog risico. De bevoegde autoriteiten zullen hun toezicht moeten versterken voor landen met een hoog risico en verminderen voor landen met een laag risico. 
 
Naast het risico op ontbossing en bosdegradatie kunnen landen ook worden beoordeeld op het respecteren van mensenrechten en specifiek ook de rechten van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen.

Een toekomstig systeem van gecentraliseerde informatie

De marktdeelnemers moeten hun zorgvuldigheidsverklaringen indienen via een systeem dat deze verrichtingen zal centraliseren. Dit systeem genereert een referentienummer voor elke aangifte. Dit nummer moet ter beschikking worden gesteld van de douane via een douaneaangifte.  

Dit informatiesysteem, dat momenteel wordt ontwikkeld, moet toegankelijk zijn voor de nationale overheden en douaneautoriteiten. Het biedt verschillende functies: 

  • registratie van marktdeelnemers en handelaren;  
  • registratie van zorgvuldigheidsverklaringen;
  • creatie van een referentienummer voor elke aangifte; 
  • registratie van de controleresultaten; 
  • identificatie van risicoprofielen van marktdeelnemers en goederen. 
Controles en sancties

Elke EU-lidstaat heeft de plicht om te zorgen dat de eisen inzake niet-ontbossing van de verordening worden nageleefd. In België krijgen federale inspecteurs op verzoek toegang tot de informatie die bedrijven verstrekken in het kader van het zorgvuldigheidsstelsel, met inbegrip van informatie over de procedures voor risicobeoordeling en risicobeperking.

Het aandeel controles bij marktdeelnemers wordt vastgesteld in functie van het risiconiveau van het betrokken productieland: 9% voor een hoog risico, 3% voor het standaardrisico en 1% voor een laag risico. Voor hoogrisicolanden moeten de lidstaten ook 9% van de hoeveelheid van elk relevant product dat grondstoffen bevat dat uit een hoogrisico productieland komt controleren. Ze zullen bijvoorbeeld de herkomst van bepaalde producten kunnen controleren met behulp van satellietbewakingsinstrumenten en DNA-analyse. 

De sancties voor niet-naleving moeten evenredig en afschrikkend zijn. Er zijn verschillende sancties mogelijk zoals boetes, verbeurdverklaring van producten of inkomsten, uitsluiting van toeleveringsprocessen, uitsluiting van aanbestedingsprocedures en uitsluiting van overheidsfinanciering.

Jaarverslag van de lidstaten

Elk jaar moeten de lidstaten aan de Commissie en de bevolking verslag uitbrengen over de toepassing van deze verordening. Dit verslag moet de volgende elementen bevatten: 

  •  De controleplannen en de risicocriteria waarop ze gebaseerd zijn; 
  •  De resultaten van de controles; 
  •  De opgelegde sancties 
FAQ