De Belgische wetgeving biedt ook de mogelijkheid om motorbrandstoffen op de markt te brengen met een gehalte aan biobrandstof hoger dan toegelaten in de Europese normen en om pure koolzaadolie te verkopen aan de gewestelijke vervoersmaatschappijen en aan automobilisten. Aangezien er voor geen van beide gevallen een Europese norm bestaat, zijn er afwijkingen voorzien door de Belgische wetgeving.

De afwijkingen voor niet-genormeerde biobrandstoffen
 
Er zijn twee types  afwijkingen voorzien: voor projecten en voor koolzaadolie.

De Belgische wetgevingen over de definities van biobrandstoffen - KB 22/11/2006 (.PDF) en de voorwaarden voor vrijstelling van accijnzen – KB 10/03/2006 (.PDF) bieden de mogelijkheid om:

• motorbrandstoffen op de markt te brengen met een gehalte aan biobrandstof hoger dan toegelaten in de Europese normen voor benzine en diesel (voor de gewestelijke vervoersmaatschappijen of voor elk ander project) ;
• pure koolzaadolie te verkopen aan de gewestelijke vervoersmaatschappijen en aan de individuele automobilist.
Voor geen van beide gevallen bestaat er evenwel een Europese norm.

Voor elk van beide gevallen, werden de voorwaarden tot afwijking gepreciseerd. 

De afwijkingsvoorwaarden

Het Koninklijk Besluit van 4 maart 2005 -  (.PDF) koppelt de toelating om biobrandstoffen op de Belgische markt te brengen aan het beantwoorden aan de Europese CEN-normen (CEN staat voor Comité européen de Normalisation). Het Koninklijk Besluit voorziet evenwel in de mogelijkheid om af te wijken van de regel dat voor een biobrandstof een CEN-norm moet bestaan:

- op voorwaarde dat de ministers van Energie en Leefmilieu daarvoor gezamenlijk de toelating geven (zie de procedure hieronder) ;

- en dat in twee specifieke gevallen :

1. voor de specifieke projecten voor het verhandelen of in verbruik stellen van niet-genormeerde biobrandstoffen tussen een beperkt aantal partijen, zoals bv. de aankopen door de gewestelijke vervoersmaatschappijen van motorbrandstoffen met een hoger percentage biobrandstof en van pure koolzaadolie om de eigen vervoersmiddelen aan te drijven.

2. voor koolzaadolie en het in verbruik stellen van pure koolzaadolie door de producerende landbouwer of de landbouwcoöperatieve rechtstreeks aan de eindgebruiker. Voor het gebruik van pure koolzaadolie als motorbrandstof bestaat er momenteel nog geen Europese norm. Het is een substitutieproduct voor dieselolie, doch enkel voor aangepaste dieselmotoren.

De beslissing tot afwijking voor het in verbruik stellen van pure koolzaadolie als motorbrandstof wordt door de administraties toegekend als de aanvrager zich registreert, én een kwaliteitscertificaat voor het in verbruik stellen van pure koolzaadolie als motorbrandstof ondertekent.

Door het ondertekenen van het certificaat verklaart de aanvrager zich bereid om:

• pure koolzaadolie van goede én stabiele kwaliteit in verbruik te stellen, die beantwoordt aan de Duitse pre-norm (de DIN-norm die specifiek voor het gebruik van koolzaadolie als motorbrandstof voor aangepaste dieselvoertuigen werd ontwikkeld);
• een kwaliteitscontrole toe te laten;
• mee te werken aan de ontwikkeling van een Belgische norm voor deze biobrandstof;
• op zijn pomp zeer duidelijk aan te geven dat het om pure koolzaadolie gaat, die uitsluitend geschikt is voor aangepaste dieselvoertuigen;
• de eindgebruiker correct te informeren over de specificiteit van pure koolzaadolie, de mogelijkheden voor het laten ombouwen van dieselvoertuigen, enz.

De beslissingen tot afwijking gelden voor een periode van 3 jaar, zijn hernieuwbaar en kunnen opgeheven worden indien de aanvrager zich niet aan de voorwaarden van de afwijking houdt.

Zelfs bij volledige vrijstelling van accijnzen voor pure koolzaadolie, zullen de producent en de verkoper zich bekend moeten maken bij de administratie der douane en accijnzen. Die laatste voorwaarde is belangrijk voor de consument die een kasticket moet kunnen voorleggen als bewijs dat de olie afkomstig is van een erkend producent en niet van een supermarkt.

Afwijkingsprocedure voor projecten

Voor het verhandelen of in verbruik stellen van niet-genormeerde biobrandstoffen tussen een beperkt aantal partijen in het kader van een specifiek project kan een beslissing tot afwijking aangevraagd worden.
Hiervoor dient de volgende procedure gevolgd te worden:

1. De bij het project betrokken partijen vullen het speciale aanvraagformulier -Toelatingsformulier specifiek project (.PDF) in, dat aangevuld wordt met de volgende gegevens:
- een nauwkeurige omschrijving van de biobrandstof en zijn technische specificaties;
- een nauwkeurige omschrijving van het specifieke project, de lijst van de bij het project betrokken partijen en de voorwaarden waarop de biobrandstof tussen deze partijen mag worden verhandeld;
- de looptijd van het project;
- een schriftelijke verklaring dat de biobrandstof in geen geval aangeboden zal worden in openbare benzinestations of aan enige andere eindgebruiker die niet in de aanvraag is vermeld.

2. Deze aanvraag wordt per aangetekende brief ingediend bij:
FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene Directie Energie – Afdeling Infrastructuur  
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel. (algemeen): 02/277 81 80
Fax: 02/277 52 01

3. De Algemene Directie Energie beoordeelt de aanvraag op de technische kenmerken van de biobrandstof en op de wijze van verhandeling ervan. Binnen de 10 kalenderdagen bezorgt de Directie een kopie van de aanvraag aan het Directoraat-generaal Leefmilieu.

4. Het Directoraat-generaal Leefmilieu beoordeelt de aanvraag op het vlak van leefmilieu.
FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Directoraat-generaal Leefmilieu, Dienst Productbeleid 
Victor Hortaplein 40, bus 10
1060 Brussel
Tel : 02/524.95.46
Fax : 02/524. 96.01
e-mail : biofuel@milieu.belgie.be

5. De Algemene Directie Energie deelt de gezamenlijke beslissing van de twee directoraten-generaal per aangetekende brief mee, binnen een termijn van 3 maanden na de aanvraag. De aanvraag kan alleen gunstig worden beoordeeld als beide bevoegde overheden akkoord gaan. Zowel een beslissing van afwijking als de weigering van een dergelijke afwijking moet gemotiveerd worden.

Behoudens enige andere voorwaarde die de bevoegde overheden mogelijk opleggen, wordt de beslissing tot afwijking beperkt tot de betrokken partijen.

De beslissing tot afwijking geldt voor een periode van 3 jaar. Ze kan telkens voor 3 jaar worden verlengd op basis van een nieuwe aanvraag. Ze kan worden ingetrokken bij niet-naleving van de voorwaarden van de beslissing.

Afwijkingsprocedure voor koolzaadolie

Koolzaadolie van de GN-code 1514 - geproduceerd als motorbrandstof - mag door landbouwers (landbouwcoöperatieven) in verbruik worden gesteld op voorwaarde dat de natuurlijke of rechtspersonen die deze biobrandstof in verbruik wensen te stellen van de bevoegde overheden een beslissing tot afwijking hebben verkregen, en het kwaliteitscertificaat voor koolzaadolie als motorbrandstof ondertekenen. 
 
De beslissing tot afwijking bepaalt, bij afwezigheid van een Belgische norm voor koolzaadolie als motorbrandstof, de kwaliteitseisen waaraan deze motorbrandstof moet voldoen en eventuele andere voorwaarden en beperkingen voor het in verbruik stellen.

De procedure is als volgt :

1. De natuurlijke of rechtspersonen die de biobrandstof in verbruik willen stellen, vullen het aanvraagformulier - Toelatingsformulier koolzaadolie (.PDF) in, vergezeld van twee exemplaren van het certificaat koolzaadolie als motorbrandstof - certificaat koolzaadolie (.PDF) -, die ondertekend moeten worden. De engagementen zijn opgesomd in de technische bijlage- bijlage kwaliteitscharter (.PDF)

2. Deze aanvraag wordt per aangetekende brief ingediend bij:
FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie
Algemene directie Energie - Afdeling Infrastructuur
Ter attentie van Mevrouw Anne-Florence Taminiaux
Koning Albert II-laan 16
1000 Brussel
Tel. (algemeen): 02/277 81 80
Fax: 02/277 52 01
Contactpersoon :
Mevr. Anne-Florence Taminiaux (e-mail: Anne-Florence.Taminiaux@economie.fgov.be )

3. Binnen de 10 kalenderdagen bezorgt de Algemene Directie Energie een kopie van de aanvraag aan het Directoraat-generaal Leefmilieu.

4. Het Directoraat-generaal Leefmilieu beoordeelt de aanvraag op het vlak van leefmilieu.
Contact:
Secretariaat Productbeleid
Tel: +32 (0) 2 524 95 46
Mail: biofuel@milieu.belgie.be

5.De Algemene Directie Energie deelt de gezamenlijke beslissing van de twee directoraten-generaal per aangetekende brief binnen een termijn van 3 maanden na de aanvraag mee. Zowel een beslissing van afwijking als de weigering van een dergelijke afwijking wordt gemotiveerd.

6. De aanvrager ontvangt - in het geval de afwijking wordt goedgekeurd - een exemplaar van het certificaat, ondertekend door de twee bevoegde overheden. Dat certificaat wordt best op een zichtbare plaats aan het distributiepunt geafficheerd.

7. Landbouwers/coöperatieven die aan de voorwaarden voldoen, worden opgenomen in de lijst met leveranciers van pure koolzaadolie.
De beslissing tot afwijking geldt voor een periode van 3 jaar. Ze kan telkens voor 3 jaar worden verlengd op basis van een nieuwe aanvraag. Ze kan worden ingetrokken bij niet-naleving van de voorwaarden van de beslissing.
 

Document