Gebromeerde vlamvertragers

PFAS of perfluoroalkyl stoffen

Organotin verbindingen

 

Gebromeerde vlamvertragers zijn door de mens geproduceerde stoffen die worden gebruikt om de brandveiligheid van producten zoals textiel, meubels, plastics en elektrische toestellen (bv. TV) te verhogen die broom bevatten. Er bestaan verschillende soorten naargelang hun chemische structuur, bv. PBDE’s of polygebromeerde difenylethers, TBBPA of tetrabroombisfenol A. Het gebruik van deze producten valt onder leefmilieuwetgeving. Bijgevolg zijn in Europese leefmilieuwetgeving of internationale verdragen bepaalde van deze producten verboden of wordt hun gebruik beperkt.

Door hun wijdverspreid gebruik zijn ze in de natuur, in huis- en autostof en ook in voeding terug te vinden. Voor gebromeerde vlamvertagers bestaan momenteel geen maximumgehaltes voor voeding. De Europese Autoriteit voor de Voedselveiligheid EFSA oordeelde dat doorgaans de doorsneeconsument momenteel geen risico loopt op basis van de bestaande data (EFSA). De gehaltes aan gebromeerde vlamvertragers in voeding worden in de EU bijgevolg verder onderzocht en gemeten naar aanleiding van de “Aanbeveling van de Commissie van 3 maart 2014 betreffende de monitoring van sporen van gebromeerde vlamvertragers in levensmiddelen”.  Ook in België loopt hierrond een onderzoeksproject.

Perfluoralkylverbindingen (PFAS) zijn een groep van stoffen die door de mens gemaakt zijn en gebruikt werden/worden in allerlei industriële toepassingen. De productie van PFOS en afgeleide producten is internationaal ondertussen heel sterk beperkt via het Verdrag van Stockholm (leefmilieuwetgeving). Als milieucontaminanten komen ze in de voedselketen terecht en sommige van deze stoffen kunnen zich vervolgens geleidelijk opstapelen in het lichaam. Relevante voedingsmiddelen zijn bij voorbeeld vis en eieren. De EFSA heeft in 2020 een tolereerbare wekelijkse inname (TWI) vastgesteld van 4,4 nanogram per kilogram lichaamsgewicht per week voor de som van vier PFAS, namelijk PFOS (perfluoroctaansulfonzuur), PFOA (perfluoroctaanzuur), PFNA (perfluornonaanzuur) en PFHxS (perfluorhexaansulfonzuur) .  De EFSA identificeerde een effect op het immuunsysteem als kritisch effect waarop de TWI gebaseerd is. Deze TWI beschermt ook voor alle andere effecten. Aangezien de blootstelling van een deel van de Europese bevolking de TWI overschrijdt, is reductie van de blootstelling tot onder de TWI aanbevolen om volksgezondheidsrisico’s uit te sluiten.  Op dit moment zijn er nog geen Europese normen voor PFAS in de contaminantenverordening 1881/2006 opgenomen.

De voornaamste organotin verbindingen zijn TBT (tributyl tin) en TPT (trifenyl tin), die o.a. werden gebruikt als houtbeschermingsmiddel, als “antifouling” verf voor boten (d.i. verf die beschermt tegen aangroei van schelpdieren, wieren en slijm) en als pesticide. Het gebruik van deze producten is ondertussen verboden.

Organotinverbindingen kunnen accumuleren in vissen en andere aquatische organismen.  De meest toxische organotinverbindingen zijn TBT, DBT (dibutyl tin) en TPT. Het meest gevoelige toxiciteitseffect is een effect op het afweersysteem. Van TBT en TPT wordt ook vermoed dat het hormoonverstoorders zijn. EFSA heeft de inname voor deze stoffen beoordeeld in 2004  en 2005  en kwam tot de conclusie dat de innames voor de algemene bevolking en grote visconsumenten onder de gezondheidsrichtwaarde liggen. Er zijn dan ook geen maximumgehaltes voor voeding.

 

Meer informatie