Biodiversiteit van de Noordzee

De Noordzee herbergt een rijke biodiversiteit. Het krioelt er van het leven: van zeeanemonen en zeepaardjes over kabeljauw en bruinvissen tot zeehonden en vele soorten algen. In totaal leven in het Belgische deel van de Noordzee, dat tevens het grootste natuurgebied van België herbergt, meer dan 2.000 dier- en plantensoorten. We delen ze op in benthische en pelagische soorten, zeezoogdieren en zeevogels. De Noordzee omvat ook enkele belangrijke habitattypes zoals zandbanken en grindbedden.

©Vilda

Benthische en pelagische soorten

PLANKTON

In mariene ecosystemen zijn verschillende grote groepen te onderscheiden. Dit gebeurt vaak op basis van waar ze voorkomen of hun grootte. De basis van de mariene voedselcyclus wordt mee gevormd door meer dan 500 soorten plankton. Naargelang het gaat om planten of om dieren spreken we respectievelijk van fytoplankton of zoöplankton. Sommige soorten behoren enkel aan de start van hun leven tot de planktongroep. Het gaat hier om sommige vissen en schelpdieren. Andere, vooral kleinere, soorten, maken er hun hele leven deel van uit. Het dierlijke plankton voedt zich met plantaardig of ander dierlijk plankton en samen vormen ze het menu van vissen en andere dieren.

BENTHOS

Wanneer fyto- en zoöplankton afsterft, zinkt het naar de bodem. Daar vormt het een belangrijke voedselbron voor het benthos. Naargelang de grootte van de organismen en hun aanwezigheid onder, in, op of boven de bodem wordt het benthos verder onderverdeeld.

Volgens grootte deelt men het benthos op in 3 categorieën: microbenthos (organismen kleiner dan 0.1mm), meiobenthos (organismen kleiner dan 1mm) en macrobenthos (organismen groter dan 1mm). Het microbenthos bestaat voornamelijk uit bacteriën. Het meiobenthos in onze Noordzee bestaat vooral uit roeipootkreeftjes en rondwormen. Het macrobenthos omvat onder andere borstelwormen, schaal- en schelpdieren. Al deze groepen zijn zeer divers en kennen een grote dichtheid. De rijkste gemeenschappen zijn te vinden in de geulen en flanken van de zandbanken en variëren per sedimenttype.
 
© Unsplah & Vilda (Yves Adams)
Microbenthos: bacterie, meiobenthos: roeipootkreeftje, macrobenthos: de Europese kreeft © Unsplash en Vilda

Maar het benthos kan ook worden opgedeeld volgens plaats van voorkomen. Daar onderscheidt men  endobenthos, epibenthos en hyperbenthos. Het endobenthos nestelt zich in de bodem, epibenthos verkiest het bodemoppervlak. Hiertoe behoren zeesterren, krabben en zee-egels. Soorten die net boven de waterbodem in de waterkolom leven zijn hyperbenthos. Hiertoe behoren onder andere vislarven, vlokreeftjes en zeekomma’s. Deze vormen een geliefd hapje voor vissen die dicht bij de bodem leven.

© Misjel Delcleer & Vilda (Yves Adams)
Endobenthos: platte oester, epibenthos: gewone zeester, hyperbenthos:  grijze garnaal © Vilda en Misjel Decleer

BENTHISCHE EN PELAGISCHE VISSOORTEN 

Belgische visfauna is heel divers en bestaat uit 140 verschillende soorten. De grootste groep hiervan in onze zee leeft op en rond de zeebodem en zijn dus benthische soorten. Men denkt hierbij aan soorten zoals tong, schar, heilbot en zeeduivel. De vele zandbanken bieden beschutting en zijn daardoor een kraamplek voor veel soorten vissen en schelpdieren.

© Misjel Decleer & Vilda (Rollin Verlinde)
Hondshaai, zeeduivel, schar  © Misjel Decleer en Vilda

Andere vissoorten spenderen het merendeel van hun leven in de waterkolom. Dit zijn de pelagische soorten. Voorbeelden hiervan zijn haring, sprot en makreel. De pelagische zone beslaat de hele waterkolom, van de zones boven de bodem tot aan het oppervlak. De zone kan verder worden onderverdeeld in verschillende pelagische zones naargelang de diepte. Per pelagische zone verschillen de druk, temperatuur en lichtinval. De druk neemt toe met de diepte, licht en temperatuur nemen af. 

© Misjel Decleer & Vilda (Yves Adams)
Haring, school steenbolken, kabeljauw  © Vilda en Misjel Decleer
(^Top)

Zeezoogdieren

 

Zeezoogdieren zijn de grootste diersoorten die we in het Belgische deel van de Noordzee aantreffen. Bovendien zit ook hun aantal in de lift. Het meest voorkomende zeezoogdier in België is de bruinvis, een walvisachtige die slechts 70 à 85 cm groot wordt. Bruinvissen maken deel uit van de Noordzeepopulatie en komen hier vooral voor in de maanden februari tot april. In die periode kunnen de aantallen oplopen tot wel 20.000.

Daarnaast komt ook de zeehond vaak voor. In 2018 werden er meer gemeld dan ooit tevoren. Meestal gaat het om de gewone zeehond. Die is iets kleiner dan de grijze zeehond en te herkennen aan zijn bruine, gevlekte pels. De laatste jaren zijn er echter ook meer grijze zeehonden te zien voor onze Belgische kust. Hun verspreidingsgebied ligt in de gematigde en de koudere delen van de Noordelijke Atlantische oceaan maar ze komen eveneens voor in de Waddenzee. Meestal verkiezen ze rotskusten.

© Misjel Decleer & Vilda (Yves Adams)
Bruinvis, grijze zeehond, gewone zeehond © Misjel Decleer en Vilda 

Spot je een rustende zeehond? Stoor hem dan zeker niet. Zeehonden die op het strand en op strandhoofden liggen, zijn meestal gezonde dieren die gewoon aan het rusten zijn. Jonge zeehonden maken een fase door in hun leven waarbij vetweefsel in spiermassa omgezet wordt. Tijdens die fase liggen ze normaal gezien enkele dagen op het droge en lijken ze ziek. Blijf dus op een veilige afstand van minstens 20 meter, houd honden aan de leiband en laat de selfie achterwege.

Zie je een zeehond die gewond of in nood is? Dan help je vooral door dit aan Sealife Blankenberge te melden (050/42 43 00). Meer info over zeehonden vind je in de brochure ‘Er leeft wat in zee’
(^Top)

Zeevogels

 

Rond de kustwateren bevinden zich ook heel wat zeevogels. Onderzoek wijst uit dat er zo’n 60 soorten zeevogels voorkomen in het Belgische deel van de Noordzee, al dan niet permanent. Die rijke variëteit aan soorten hebben we te danken aan de diverse fauna van vissen, schelp- en schaaldieren.

In de herfst trekken elk jaar meer dan 1 miljoen zeevogels, via ons trechtervormige deel van de zuidelijke Noordzee, naar warmere gebieden. Het Belgische stukje Noordzee is voor deze vogels een zeer belangrijk gebied om voedsel te zoeken en te rusten alvorens ze weer verder trekken.

© Vilda (Yves Adams)
Parende visdiefjes, dwergstern met prooi, grote stern met jong © Vilda en Misjel Decleer

Drie sternensoorten zijn een mooi voorbeeld van deze trekkende zeevogels: de visdief, de grote stern en de dwergstern. De vogels broeden in de voorhaven van Zeebrugge en zijn erg talrijk. In de winter ruilen de sternen onze streken in voor het warmere Afrika. Op dat moment vormen de ondiepe zandbanken in onze kustwateren dan weer een rijk voedselgebied voor, onder andere, de zwarte zee-eend, de fuut en enkele meeuwensoorten.

© Vilda (Yves Adams)
Grote mantelmeeuw, fuut, jan-van-gent © Vilda

Voor sommige zeevogels is helder zeewater belangrijk om prooien te kunnen bemachtigen. Deze vind je dus vooral verder op zee. Daar is het water minder troebel. De zeekoet, alk en jan-van-gent duiken er hun prooien achterna. Ook de roodkeelduiker, dwergmeeuw en drieteenmeeuw weten er het rijke voedselaanbod van de zandbanken te appreciëren. Nog verder op zee komen soorten voor als de Noordse stormvogel en de grote jager. 
(^Top)

Habitattypes

Het Belgische deel van de Noordzee omvat enkele belangrijke habitattypes, meer bepaald ondiepe zandbanken, banken van schelpkokerwormen en grindbedden. Ook wrakken vormen een trekpleister voor veel verschillende soorten.                                                               

ZANDBANKEN 

Meer dan 80% van de Noordzee bestaat uit zandbanken: ons land draagt dus een belangrijke verantwoordelijkheid bij de bescherming ervan. Een zandbank bestaat uit geulen, flanken en een zandbanktop. De geulen worden gekenmerkt door een slibrijke bodem; de toppen van de zandbank bestaan hoofdzakelijk uit grof zand. Elk deel herbergt andere soortengemeenschappen. De hoogste biodiversiteit wordt aangetroffen op de flanken en in de geulen.

© Misjel Decleer
Schelpkokerwormen, zandbanken voor de Belgische kust © Misjel Decleer en VLIZ

BANKEN VAN SCHELPKOKERWORMEN

De biodiversiteit van zandbanken krijgt een flinke boost wanneer er veel schelpkokerwormen voorkomen. Dit zijn borstelwormen die een lange koker bouwen. Ze worden beschouwd als  ecosysteemingenieurs omdat ze sediment vasthouden en de habitat wijzigen door extra zuurstof in de bodem te pompen. Dit is belangrijk voor de aanwezigheid en activiteit van andere bodemorganismen en zorgt er ook voor dat organisch materiaal sneller wordt afgebroken. Op plaatsen waar de worm veelvuldig voorkomt, ligt het totaal aantal diersoorten vier tot zes keer hoger dan op andere plaatsen. Banken van schelpkokerwormen creëren dus gunstige omstandigheden voor langlevende soorten die zwaar onder druk staan in de Noordzee.

GRINDBEDDEN

Verder in zee komen ook grindbedden voor. Deze bevinden zich in de geulen van de zandbanken en bestaan uit grof zand en grind > 2mm. Ze vormen de hotspots van biodiversiteit binnen het Belgische deel van de Noordzee. Daarnaast hebben ze een belangrijke functie als broed- en kraamkamer voor soorten die een harde ondergrond nodig hebben om hun eieren af te zetten, zoals de wulk of de dwerginktvis. Andere soorten, zoals de zeekat, hondshaai en andere haaiensoorten, bevestigen hun legsels aan vast­gehechte sponzen, mosdiertjes en kolonies van hydroïdpoliepen die op deze ondergrond leven. 

De huidige soortensamenstelling van de grindbedden is verarmd door de frequente visserij. Vroeger vond je hier banken van de inheemse platte oester, die net zoals de schelpkokerworm een eigen micro-habitat creëren. Deze zijn echter al sinds het einde van de negentiende eeuw op enkele jaren tijd volledig leeggevist.  

© Alain Norro & Sven Van Haelst
Hotspots voor biodiversiteit:  grindbed, scheepswrak © Alain Norro/KBIN/OD Natuur en Sven Van Haelst 

WRAKKEN

De wrakken van gezonken schepen zijn dan weer harde structuren die een oase van biodiversiteit bezitten. Zo werden, tijdens een studie van tien scheepswrakken in de Belgische Noordzee, meer dan 200 diersoorten geobserveerd. 46 onder hen waren nooit eerder aangetroffen in onze mariene wateren. 
(^Top)