1.  Borstvoeding geven in het openbaar mag overal.
2.  Borstvoeding is alleen levensnoodzakelijk in derdewereldlanden, in de Westerse wereld zijn er “perfecte” alternatieven zoals (kunstmatige) zuigelingenvoeding.
3.  Borstvoeding is ook belangrijk voor de baby én moeder.
4.  Als je terug gaat werken, kan je best op tijd afbouwen met borstvoeding.
5.  Borstvoeding: het begin verloopt vlot als je goed geïnformeerd bent.
6.  België doet het goed in vergelijking met andere Europese landen.
7.  Alle gezondheidsprofessionelen zijn goed opgeleid om je te begeleiden bij borstvoeding.
8.  Zuigelingenvoeding wordt tenminste gecontroleerd wat betreft voedselveiligheid. Zit borstvoeding ook niet vol met dioxines in België?
9.  Borstvoeding vermindert het risico op obesitas.
10.  Borstvoeding kan ”te licht' zijn en niet genoeg voeding, voedingsstoffen of calorieën bevatten.
11.  Alleen de eerste melk (colostrum) is belangrijk.
12.  Als je zelf niet stopt houdt je kind er nooit mee op.
13.  Je kan voedseltekorten krijgen als moeder.
14.  Borstvoeding is niet compatibel met geneesmiddelen.
15.  Met borstvoeding kan je nooit een glaasje (alcohol) meedrinken.
16.  Borstvoeding geven langer dan 6 maanden heeft geen zin.
17.  Als je 6 maanden exclusieve borstvoeding geeft, loopt de baby risico op een ijzertekort.
18.  Borstvoeding geven helpt de moeder gewicht te verliezen nadat de baby is geboren.
19.  Borstvoeding zorgt ervoor dat je veel calcium uit je botten verliest.

1. Borstvoeding geven in het openbaar mag overal.

 Ja, je hebt eigenlijk altijd en overal het recht om borstvoeding te geven. Veel moeders voeden hun baby dan ook op een zonnig terrasje, op restaurant, op een bank in een park of winkelstraat, … Maar sommige moeders voelen zich (nog) niet helemaal op hun gemak als hun baby onderweg honger krijgt en willen graag zeker weten dat ze welkom zijn. Soms is het ook aangenamer om op een rustiger plekje te voeden omdat de baby misschien snel afgeleid raakt door de omgeving.
Uitbaters van handelszaken kunnen door een sticker kenbaar maken dat voedende moeders welkom zijn: meer informatie op www.wegwijsborstvoeding.be. Dit kan een extra steuntje in de rug zijn voor mama’s, maar een sticker is niet noodzakelijk om in het openbaar te mogen voeden. Vandaar de lancering van het charter om dit recht te benadrukken (verwijzing naar charter). Een sticker kan echter een win-win zijn voor de mama en de zaak. Mama’s voelen zich extra welkom en de zaak trekt meer families aan.

2. Borstvoeding is alleen levensnoodzakelijk in derdewereldlanden, in de Westerse wereld zijn er “perfecte” alternatieven zoals (kunstmatige) zuigelingenvoeding.

De komst van zuigelingenvoeding zorgde ervoor dat moeders een keuze kregen: borstvoeding was niet langer noodzaak, want er was een alternatief dat je kon kopen in de winkel. Steeds minder moeders kozen voor borstvoeding en veel kennis die voorheen van moeder op dochter werd doorgegeven, raakte vergeten.
Inmiddels is het duidelijk dat borstvoeding diverse voordelen biedt die zuigelingenvoeding mist. Borstvoeding heeft een unieke samenstelling: de samenstelling van de melk van iedere moeder is aangepast aan de behoefte van haar baby. Moedermelk is dé ongeëvenaarde superieure babyvoeding; alle vervangende voedingsmogelijkheden zijn wezenlijk anders. Borstvoeding is het uitgangspunt, waartegen alle andere voedingsmethodes moeten worden afgetoetst wat betreft groei, gezondheid, ontwikkeling en alle andere voordelen op de korte en lange termijn.
Borstvoeding beantwoordt aan alle nutritionele voedingsbehoeften van baby’s omdat ze alle nutriënten bevat die belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. De samenstelling van borstvoeding verandert volgens het moment, de leeftijd en de behoefte van de baby. Borstvoeding beantwoordt aan de immunologische behoeften van baby’s omdat ze antilichamen bevatten die de baby nodig heeft. Betekent dit dat baby’s die uitsluitend borstvoeding krijgen nooit ziek worden? Natuurlijk niet, maar baby’s die zuigelingenvoeding krijgen, hebben meer kans om ziek te worden, omdat ze meer blootgesteld worden aan pathogenen en geen antilichamen krijgen. Het immuunsysteem van baby’s is niet perfect autonoom de eerste jaren, dus het is belangrijk dat ze geholpen worden met de antilichamen van de moeder.
Na borstvoeding is eigen afgekolfde moedermelk het beste alternatief. (Kunstmatige) zuigelingenvoeding beantwoordt gedeeltelijk aan de nutritionele behoeften omdat ze niet alle noodzakelijke nutriënten bevat voor de optimale ontwikkeling van baby’s. (Kunstmatige) zuigelingenvoeding beantwoordt niet aan de immunologische behoeften van baby’s omdat ze geen antilichamen bevat. Betekent dit dat baby’s die (kunstmatige) zuigelingenvoeding altijd ziek zijn? Neen, maar ze hebben meer kans om ziek te worden dan baby’s die de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding krijgen.  
Ook in onze Westerse maatschappij, zou borstvoeding de meest natuurlijke en evidente keuze moeten blijven na de zwangerschap en bevalling omwille van de talrijke gezondheidsvoordelen die borstvoeding voor de baby en - niet te vergeten voor de moeder - met zich meebrengt. Daarnaast brengt het niet-geven van borstvoeding bepaalde risico’s met zich mee voor de baby en de moeder.

TOP

3. Borstvoeding is ook belangrijk voor de baby én moeder.

Borstvoeding heeft een unieke samenstelling: de samenstelling van de melk van iedere moeder is aangepast aan de behoefte van haar baby. Moedermelk bevat belangrijke antistoffen, die de baby beschermen tegen ziektekiemen. Door deze beschermende eigenschappen hebben borstgevoede baby's minder kans op onder andere oorontsteking, luchtweg- en darminfecties. Moedermelk bevordert een optimale hersengroei. Het bevat veel stoffen die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel. Baby's die borstvoeding krijgen, hebben minder kans op het ontwikkelen van allergieën en voedselovergevoeligheid. Er zijn ook veel voordelen voor de moeder, die men soms te snel over het hoofd ziet.
Borstvoeding biedt ook gezondheidsvoordelen voor de moeder : borstvoeding is gekoppeld aan een verminderd risico op diabetes type 2, premenopausale borstkanker, baarmoederhalskanker en postnatale depressie, osteoporose…. Borstvoeding zorgt er eveneens voor dat het merendeel van de moeders hun gewicht van voor de zwangerschap gemakkelijker terugkrijgen omdat door de melkproductie de overtollige zwangerschapskilo’s weggewerkt worden.

4. Als je terug gaat werken, kan je best op tijd afbouwen met borstvoeding

Veel vrouwen keren terug naar de werkplek voor hun baby 6 maanden is. Je kan best geleidelijk afbouwen als je echt wil stoppen met borstvoeding, maar het is niet noodzakelijk om af te bouwen als je terug gaat werken. Exclusieve borstvoeding gedurende de eerste 6 maanden blijft aanbevolen. Als je wil doorgaan met borstvoeding, bestaan er verschillende mogelijkheden om borstvoeding te combineren met je werk. Deze zijn afhankelijk van je werksituatie en afstand tot je werk. Eén van de mogelijkheden is melk afkolven, in de koelkast of diepvries bewaren, meegeven aan de opvang van je baby en verder op vraag voeden wanneer je thuis bent (’s morgens, ’s avonds, tijdens het weekend of een vrije dag en zoveel keer als je baby ernaar vraagt om de melkproductie te stimuleren). Je kan hierbij ook gebruik maken van je recht op borstvoedingspauzes (om melk af te kolven of de baby te voeden). Op die manier kan je de terugkeer naar je werkplek ook rustiger laten verlopen voor je baby. Voor meer details: website FOD werkgelegenheid.

5. Borstvoeding: het begin verloopt vlot als je goed geïnformeerd bent.

Borstvoeding gaat niet altijd vanzelf. In de materniteit wordt je begeleid door de vroedvrouw of een lactatiedeskundige (gespecialiseerd op het vlak van borstvoeding). De ziekenhuizen die een babyvriendelijk ziekenhuis certificaat hebben, zijn specifiek opgeleid in de ondersteuning en begeleiding van borstvoeding een streepje voor. Je kan na je ziekenhuisverblijf ook gebruik maken van postnatale kraamzorg thuis voor verdere ondersteuning en begeleiding van borstvoeding. Je bent in het begin dikwijls nog onzeker of onhandig en je zit misschien nog met een aantal vragen. Ook later als je meer ervaring hebt, kan je nog praktische problemen ondervinden of met een aantal vragen zitten. Het is belangrijk te weten dat je met al je twijfels, onzekerheden, problemen of vragen kan steunen op een hele reeks van organisaties en instellingen

TOP

6. België doet het goed in vergelijking met andere Europese landen.

In vergelijking met andere Europese landen (Denemarken (98% van baby’s), Noorwegen (99%), Nederland (83%) krijgt borstvoeding bij de geboorte) hinkt België nog ver achterop. De laatste officiële cijfers in Vlaanderen (2009) leren dat 66,7 % van de baby's borstvoeding krijgt bij het verlaten van het ziekenhuis. Na drie maanden zakt dat cijfer naar amper 36%. In Wallonië zijn de cijfers beduidend beter. Daar kreeg in 2003 77% van de zuigelingen exclusieve borstvoeding bij het verlaten van het ziekenhuis en na drie maanden nog 40%.
Deze cijfers tonen aan dat de meerderheid van de vrouwen borstvoeding wenst te geven, maar dat ze spijtiggenoeg vroeger stoppen dan ze eigenlijk willen, omdat ze slecht geïnformeerd of ondersteund zijn. De verdere uitbreiding van het 'Babyvriendelijk ziekenhuiscertificaat' (BFHI) is een zeer efficiënte maatregel om borstvoeding te stimuleren onmiddellijk na de bevalling. Dit certificaat is een wereldwijd initiatief van de WHO en UNICEF, gelanceerd in 1991. Het accent ligt op de verbetering van begeleiding en ondersteuning van borstvoeding in de zorg. Ziekenhuizen die voldoen aan de criteria krijgen dit certificaat. In België hebben momenteel reeds 27 materniteiten het BFHI-certificaat. Dit betekent dat meer dan een kwart van de baby’s in België in een babyvriendelijk ziekenhuis geboren wordt. Het is de bedoeling dat op termijn alle ziekenhuizen dit certificaat behalen. De start is belangrijk, maar de duur van borstvoeding eveneens. Na 3 maanden halveert het aantal vrouwen dat (exclusieve) borstvoeding geeft. Na 6 maanden geeft gemiddeld nog amper 15% van de vrouwen borstvoeding. Eén van de mogelijke verklaringen van de reden waarom België achterhinkt ten opzichte van andere landen, is de duur en de vergoeding van de verlofregelingen. De verbetering van de verschillende verlofstelsels (moederschapsrust, profylactisch verlof of  borstvoedingsverlof en ouderschapsverlof) zal ongetwijfeld bijdragen aan het aantal mama’s die borstvoeding geven na 3 maanden en na 6 maanden. Tegen uiterlijk maart 2012 moeten alle Europese lidstaten het ouderschapsverlof (momenteel 3 maanden) uitbreiden tot minstens 4 maanden in navolging van een Europese richtlijn van 2010. Andere aspecten die van belang zijn voor de bevordering, de ondersteuning en de bescherming van borstvoeding zijn sensibilisering, de verbetering van de (na)vorming van gezondheidsprofessionelen (voldoende en correcte informatie), de toepassing van het recht op borstvoedingspauzes op het werk, het beter aanvaardbaar maken en de ondersteuning van het voeden in het openbaar en tenslotte een controle op marketing van zuigelingenvoeding.

7. Alle gezondheidsprofessionelen zijn goed opgeleid om je te begeleiden bij borstvoeding.

Het is belangrijk dat toekomstige mama’s correct en volledig geïnformeerd worden inzake de voordelen van borstvoeding voor henzelf en voor de baby en waarin borstvoeding verschilt van (kunstmatige) zuigelingenvoeding opdat ze een keuze kunnen maken met kennis van zaken. Als ze deze keuze gemaakt hebben, is het belangrijk dat ze efficiënt begeleid worden tijdens hun zwangerschap, tijdens de bevalling en tijdens de postnatale fase door gezondheidsprofessionelen die voldoende gevormd zijn op het vlak van borstvoeding. Een “geslaagde” borstvoeding is dikwijls te wijten aan een kwaliteitsvolle begeleiding van de vrouw. 27 materniteiten in België hebben een babyvriendelijk ziekenhuis certificaat, dit wil zeggen dat ze beantwoorden aan de criteria die onder andere het binding tussen de pasgeborenen en de ouders willen bevorderen door het stimuleren van huidcontact tijdens de eerste levensuren en door met borstvoeding te starten na de geboorte. Borstvoeding is een thematiek  die reeds aan bod zou moeten komen tijdens de zwangerschap. Specialisten zoals lactatiedeskundigen of borstvoedingsorganisaties kunnen reeds tijdens de zwangerschap advies geven aan toekomstige moeders .

TOP

8. Zuigelingenvoeding wordt tenminste gecontroleerd wat betreft voedselveiligheid. Zit borstvoeding ook niet vol met dioxines in België?

Borstvoeding die rechtstreeks door de moeder gegeven wordt, is bijna altijd veilig voor de baby. Slechts weinig ziekten, zoals aids of hepatitis kunnen via de melk overgedragen worden. Als men geen besmettelijke ziekte heeft (aids) is borstvoeding geven perfect veilig. Als men afkolft, moet men wel een aantal hygiënemaatregelen opvolgen. De mogelijke aanwezigheid van schadelijke stoffen, zoals dioxines in moedermelk heeft bepaalde vrouwen enorme schrik aangejaagd in verband met het geven van borstvoeding. Uit verschillende onderzoeksgegevens is echter gebleken dat er geen redenen zijn om borstvoeding omwille van milieuvervuiling af te raden: De voordelen van borstvoeding op nutritioneel en immunologisch vlak en de affectieve band tussen moeder en kind wegen ruimschoots op tegen eventuele nadelen van schadelijke stoffen in moedermelk. Er is ook een sterk dalende trend van milieuverontreiniging waargenomen bij moedermelk.

9. Borstvoeding vermindert het risico op obesitas.

Borstvoeding is één van de belangrijkste preventieve maatregelen om overgewicht bij kinderen te voorkomen. Bij kinderen die borstvoeding hebben gekregen, komt minder overgewicht voor. Hoe langer borstvoeding is gegeven, hoe lager de prevalentie van overgewicht. Borstvoeding heeft dus een klein, maar significant beschermend effect op de kans om later overgewicht of obesitas in de kindertijd te krijgen. Dit heeft waarschijnlijk te maken met beschermende stoffen in de moedermelk (groeifactoren), een lage hoeveelheid eiwit in moedermelk en het voeden op verzoek (zelfregulerend mechanisme). Bij borstvoeding leert een baby op een natuurlijke manier met de juiste hoeveelheden voeding om te gaan. Dit klein, maar significant effect om later minder overgewicht te krijgen heeft echter een grote impact op de Volksgezondheid.

10. Borstvoeding kan ”te licht' zijn en niet genoeg voeding, voedingsstoffen of calorieën bevatten.

Moedermelk is altijd goed van kwaliteit. Moedermelk die 'te mager' is bestaat niet. Moedermelk levert eigenlijk alle voedingsstoffen die nodig zijn voor de groei en ontwikkeling van je baby. Jouw arts kan je wel aanraden om 2 vitamine supplementen aan je baby te geven. Sommige baby’s maken niet voldoende vitamine K aan. Omdat de gevolgen hiervan heel ernstig kunnen zijn, krijgen alle baby’s vitamine K. Vitamine D is nodig voor de goede groei en ontwikkeling van het beendergestel, omdat kinderen te weinig aan het zonlicht worden blootgesteld. Dit is goed voor de preventie van huidkanker, maar niet zo goed voor de aanmaak van vitamine D. De kraamkliniek of je arts kan je hierin raad geven.
Bij een erg hoge melkproductie kan het wel gebeuren dat de baby een beetje te veel vetarmere melk binnen krijgt. Als de borsten minder vol zijn, dan is de melk vetrijker. Als een baby grote porties eerder vetarme melk drinkt kan hij last krijgen van krampen. In dat geval kan je hem best wat vaker aanleggen en eventueel eenmalig afkolven zodat je borsten niet overvol geraken. Als je de baby voedt op verzoek, komt hij nooit iets tekort. De samenstelling van de melk verandert geleidelijk tijdens een voeding en kan verschillen van voeding tot voeding, van dag tot dag en in functie van de behoeften van de baby. Een borstvoedingsorganisatie, vroedvrouw of lactatiedeskundige kan al vragen hieromtrent beantwoorden. De Wereldgezondheidsorganisatie raadt aan om de eerste 6 maanden exclusief borstvoeding te geven en nadien, in combinatie met bijvoeding, zelfs tot de leeftijd van 2 jaar en daarna zolang de moeder en kind het willen en zolang het mogelijk is.

TOP

11. Alleen de eerste melk (colostrum) is belangrijk.

Neen, ook later bevat moedermelk beschermende stoffen en antichamen die belangrijk zijn voor de baby. Het colostrum heeft unieke eigenschappen, maar dat geldt ook voor rijpere moedermelk. Het klopt wel dat het colostrum van bijzonder belang is voor de baby, omdat het een hoge dosis antilichamen aanbrengt, die specifiek aangepast zijn aan de pathogenen die terug te vinden zijn in de omgeving van de moeder (Zie ook het belang van borstvoeding voor de baby en de moeder (punt 3)).

12. Als je zelf niet stopt houdt je kind er nooit mee op.

De WHO raadt moeders, waar ook ter wereld, aan om hun kinderen zes maanden exclusief borstvoeding te geven, tot twee jaar of langer aangevuld met vaste voeding zolang moeder en kind dat willen. Alles hangt dus af van je persoonlijke keuze en situatie, waar je jezelf goed bij voelt.

13. Je kan voedseltekorten krijgen als moeder.

Neen, als je (extra) evenwichtig en gevarieerd eet en iets meer drinkt, kan je geen voedseltekorten krijgen als moeder. In theorie zijn extra vitamines niet nodig voor de moeder, maar voedingssupplementen die speciaal aangepast aan de zwangerschap en borstvoeding zijn aangeraden omdat borstvoedende vrouwen een grotere nood hebben aan specifieke micronutriënten (bijvoorbeeld extra jodium) die ook doorgegeven worden via de melk. Raadpleeg hiervoor je arts of gynaecoloog.
Baby’s moeten in onze regio extra vitamine D en K krijgen (als supplement bij borstvoeding of via de zuigelingenvoeding). Het medisch voorschrift en de nodige richtlijnen worden in de materniteit, door de regioverpleegkundige of door de arts gegeven. Tot 6 maanden krijgt een baby voldoende ijzer binnen via zijn melkvoeding. Na 6 maanden heeft de baby naast moedermelk geleidelijk ook vaste voeding nodig om de ijzervoorraad op peil te houden.

14. Borstvoeding is niet compatibel met geneesmiddelen.

Dit hangt ervan af om welke medicatie het gaat. Best bespreek je dit met een deskundige vroedvrouw, een (gespecialiseerde) arts of lactatiekundige. De gulden regel is dan ook: slik niets op eigen houtje, enkel op voorschrift. Het is echter belangrijk te weten dat normaal niet noodzakelijk met borstvoeding moet stoppen. Bijna altijd kan je arts een geneesmiddel kiezen dat geen nadelige effecten op je baby of je melkproductie heeft. Het innemen van medicatie tijdens de borstvoedingsperiode geeft dus vaak minder problemen dan algemeen wordt aangenomen. Hoewel er vaak sporen van de medicatie in de moedermelk terechtkomen, is de invloed op je baby meestal verwaarloosbaar. Sommige stoffen worden niet door het lichaam van je baby opgenomen, andere stoffen hebben gewoon geen effect. Ook langdurig gebruik van medicatie voor hoge bloeddruk, depressie, tbc of epilepsie kan compatibel zijn met borstvoeding.

TOP

15. Met borstvoeding kan je nooit een glaasje (alcohol) meedrinken.

Het drinken van alcohol als je borstvoeding geeft is af te raden. Alcohol komt in moedermelk terecht en zorgt ervoor dat je baby minder goed drinkt en suf wordt. Hoe longer het kind, hoe schadelijker het is om alcohol te drinken. Alcohol vermindert verder de melkproductie en zorgt voor een minder goede toeschietreflex. Ook de smaak en geur van moedermelk veranderen onder invloed van alcohol. 

Wanneer je toch beslist om een glaasje te drinken, doe je dit best vlak nadat je de baby hebt gevoed. 

16. Borstvoeding geven langer dan 6 maanden heeft geen zin.

Elke week of maand dat je (langer) borstvoeding geeft, heeft extra gezondheidsvoordelen voor de baby en de moeder op korte en lange termijn. Een aantal voordelen van borstvoeding stijgen ook met de duur van de borstvoeding.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en UNICEF doen op basis van uitgebreid wetenschappelijk onderzoek een aantal aanbevelingen in verband met borstvoeding. Zij raden aan om tot de leeftijd van zes maanden exclusieve borstvoeding te geven (dus geen andere voeding of drank, ook geen water), en vanaf dan – naast bijvoeding – nog door te gaan met borstvoeding tot de leeftijd van 2 jaar of langer zolang moeder en kind het wensen.

17. Als je 6 maanden exclusieve borstvoeding geeft, loopt de baby risico op een ijzertekort.

Hoewel het ijzergehalte in borstvoeding relatief laag is, komt een ijzertekort bij borstgevoede baby’s slechts zelden voor. Gezonde en voldragen baby’s krijgen bij de geboorte een ijzerreserve. Bovendien wordt ijzer uit moedermelk bijzonder goed opgenomen. Extra ijzer toedienen aan gezonde en voldragen baby’s die zes maanden exclusieve borstvoeding krijgen, is zelfs af te raden. Het kan er immers voor zorgen dat bepaalde anti-infectieuze eigenschappen van de moedermelk verloren gaan en dat de baby darmklachten krijgt. Tot 6 maanden krijgt een baby voldoende ijzer binnen via zijn melkvoeding. Na 6 maanden heeft de baby naast moedermelk ook vaste voeding nodig om de ijzervoorraad op peil te houden.

18. Borstvoeding geven helpt de moeder gewicht te verliezen nadat de baby is geboren.

Borstvoeding geven kost de moeder ongeveer 500 kilocalorieën extra per dag. Moeders die borstvoeding geven, verliezen daardoor in het algemeen sneller gewicht dan moeders die (kunstmatige) zuigelingenvoeding geven.

19. Borstvoeding zorgt ervoor dat je veel calcium uit je botten verliest.

Neen, borstvoeding vermindert zelfs de kans op osteoporose. Bij de moeder neemt de dichtheid van de mineralen in het bot af tijdens de zwangerschap en in de periode dat borstvoeding gegeven wordt, maar na de borstvoedingsperiode ziet men een hogere dichtheid dan bij degenen die geen borstvoeding gaven. Ook voor de borstgevoede baby zijn er voordelen. Kinderen die (kunstmatige) zuigelingenvoeding in plaats van borstvoeding krijgen, hebben een grotere kans op een minder ontwikkelde botmineralisatie dan de kinderen die wel borstvoeding krijgen.

TOP