De Europese wetgeving over chemische stoffen REACH (Registration, Evaluation and Authorization of CHemical substances) bepaalt dat elke lidstaat van de Europese Unie controles organiseert voor de chemische stoffen die op zijn markt verkrijgbaar zijn.

Deze controles moeten de burgers en de ondernemingen garanderen dat die stoffen de normen respecteren die in deze wetgeving zijn vastgesteld, en moeten het vrije verkeer van conforme stoffen mogelijk maken.

De Europese coördinatie: het ECHA

In Europa moeten de lidstaten onder toezicht van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA):

• een aantal internationale en Europese regelgevingen toepassen (waaronder de REACH-wetgeving);
• de toepassing van technische, wetenschappelijke en administratieve aspecten coördineren. Concreet gaat het om de registratie, evaluatie en autorisatie om chemische stoffen op de markt te brengen, in het bijzonder de stoffen die het meest gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de mens en het milieu.

Het ECHA ziet op communautair niveau toe op de samenhang van de verplichtingen die aan de ondernemingen zijn opgelegd, en stelt een geharmoniseerde lijst op van de gevarenklassen van stoffen.
Het ECHA stelt ook gezamenlijke inspectieprojecten voor met de lidstaten, die het tevens coördineert.

REACH-controles in België

De controles moeten waarborgen dat de chemische stoffen die op de markt worden gebracht, wel degelijk bij de gegevensbank van het ECHA werden geregistreerd, en dat hun gevaarlijkheid correct werd geëvalueerd.

Die controles moeten zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu, waarbij tegelijkertijd wordt toegezien op het vrije verkeer van conforme stoffen.

Bij die controles ligt de nadruk vooral op de controle van:
• de registratie van de stoffen;
• documenten, zoals de veiligheidsinformatiebladen (Safety Data Sheet - SDS);
• de productetikettering.

1. De gestandaardiseerde en gelijktijdige inspectiecampagnes

Het ECHA stelt ook gestandaardiseerde en gelijktijdige inspectieprojecten voor waaraan de lidstaten deelnemen, en coördineert deze. Sinds 2010 hebben twee projecten het voorwerp uitgemaakt van inspectiecampagnes van de Federale Milieu-Inspectie (FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu) bij Belgische ondernemingen.

• Reach Enforce 1 was vooral gericht op importeurs en fabrikanten van stoffen. 60 Belgische ondernemingen werden tijdens dit eerste project gecontroleerd.
• Reach Enforce 2 was vooral gericht op de formuleerders van detergenten en verven. 41 Belgische ondernemingen werden tijdens dit tweede project gecontroleerd.

Een derde inspectiecampagne (Reach Enforce 3) vond plaats in 2013.

2. De zogenaamde routinecontroles

Tijdens routinecontroles in de verkooppunten van chemische stoffen controleren de inspecteurs de conformiteit van de stoffen waarop een beperking of een verbod van toepassing is voor het op de markt brengen ervan.

Bijvoorbeeld:

• kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting giftige stoffen (CMR);
• meettoestellen op basis van kwik;
• speelgoed dat endocriene verstoorders (EDC’s) bevat;
• polyurethaan isolatieschuim dat inhalatieallergenen veroorzaakt;
• enz.

In 2013 hadden verschillende routinematige inspectiecampagnes betrekking op de beperkingen en verbodsbepalingen in verband met de REACH-wetgeving.

De controles waren gericht op :
• kankerverwekkende, mutagene of voor de voortplanting giftige stoffen (CMR) waarvan de meest gevaarlijke niet aan het grote publiek verkocht mogen worden;
• zware metalen waarvan sommige verboden zijn in namaakjuwelen;
• cadmium dat verboden is in laselektroden.