Het Belgische deel van de Noordzee is met meer dan 2.100 soorten een immense bron van natuurlijke rijkdommen.

Meer dan 80 percent van onze Noordzee bestaat uit een uniek complex van zandbanken met enkele “hotspots” voor de mariene biodiversiteit zoals de grindbedden en de riffen van schelpkokerwormen.

Onze kustwateren vormen een veilige haven voor vele zeevogels; meer dan 60 soorten komen er voor. Het zuidelijke deel van de Noordzee is een belangrijke stopplaats voor heel wat migrerende soorten, want de zandbanken zijn er ondiep en er is een grote hoeveelheid aan vissen, schelp- en schaaldieren. Tot slot zorgt de visvangst, door de bijvangsten en de teruggooi, voor een extra voedselbron voor een aantal aasetende zeevogels.

Zeezoogdieren lijken momenteel in de lift te zitten in onze Noordzee. Dat geldt zeker voor de bruinvis; de kleinste walvisachtige en het meest voorkomende zeezoogdier in de Noordzee.

De vissen zijn zonder twijfel de meest gekende zeedieren.

Het is echter op en in de zeebodem dat zeer veel soorten voorkomen: dit gaat van zeer kleine diertjes (zoals roeipootkreeftjes, rondwormen, …) naar grotere soorten (zoals garnalen, schelpen, krabben, zeesterren, ...) tot een aantal vissoorten die meestal in of op de zeebodem leven (zoals tongen, schollen, …).

En dat is nog niet alles: in één druppel zeewater zitten meer dan 1 miljoen bacteriën, 10 miljoen virussen en ook nog ontelbare minuscule “wiertjes of diertjes” die we beter kennen als “plankton”. Deze kleine wiertjes - het fytoplankton - spelen een belangrijke rol in de fotosynthese en liggen samen met de diertjes - het zoöplankton - aan de basis van de voedselketen.
 
Een aantal soorten van planten en dieren komen van nature niet voor in onze Noordzee maar werden door de mens bewust of onbewust geïntroduceerd. Bovendien gedragen sommige van deze soorten zich “invasief”, dit wil zeggen dat deze soorten in een korte periode snel in zeer grote aantallen voorkomen en de plaats innemen van de natuurlijk voorkomende (inheemse) soorten. Veel van deze invasieve soorten zijn als “verstekeling” met het ballastwater meegekomen. Gekende invasieve soorten zijn de “Amerikaanse zwaardschede”, het “muiltje” en de Japanse oester.
 

Document