Biodiversiteit wordt te vaak in één adem genoemd met bedreigde soorten, opmerkelijke biodiversiteit en te beschermen symbolen. Nu de bevolking en de consumptie wereldwijd blijven toenemen, verdwijnt de biodiversiteit aan een ongezien tempo. Dit verlies aan biodiversiteit heeft belangrijke gevolgen voor de levensvatbaarheid van de bedrijven die hiervan afhankelijk zijn.

Bedrijven hebben een impact op de biodiversiteit en de ecosysteemdiensten en ze zijn er ook afhankelijk van. De achteruitgang van de ecosystemen brengt een aantal risico’s mee voor de prestaties van de bedrijven (stijging van de kosten of onzekerheid voor bedrijven die afhankelijk zijn van de ecosysteemdiensten na het verlies van de biodiversiteit…).

Omgekeerd zouden de biodiversiteit en het behoud van het ecosysteem nieuwe opportuniteiten kunnen creëren voor bedrijven en de samenleving: nieuwe producten en processen die minder (of duurzaam) afhankelijk zijn van de ecosystemen; toegang tot biologische en genetische hulpmiddelen, creatie van nieuwe ‘groene’ banen…

Veel bedrijven zijn zich nog niet ten volle bewust van hun afhankelijkheid van en hun impact op de biodiversiteit en de ecosysteemdiensten.

Om rekening te houden met biodiversiteit moeten bedrijven ingrijpende wijzigingen doorvoeren en onder meer stilstaan bij de essentiële rol van de ecosystemen in de werking van de betrokken industrie en activiteit, of dit nu in de primaire, secundaire of tertiaire sector is.

Om de belangrijkste actoren op de markt aan te sporen om biodiversiteit te integreren, lanceerde het DG Leefmilieu in 2011, in het kader van het Federaal Plan 2009-2013 voor de integratie van de biodiversiteit in 4 federale sleutelsectoren, een studie: “Economische overgang: consumptie- en productiepatronen: de belangrijkste actoren op de markt aansporen om biodiversiteit te integreren”. De belangrijkste doelstelling was om duurzame productie- en consumptiewijzen te promoten en het potentieel van het duurzaam gebruik van de biodiversiteit en de natuurlijke rijkdommen ten volle te benutten met het oog op een driedubbele winst: op economisch, sociaal en ecologisch vlak. Deze studie draagt ook bij tot een correcte overgang naar een koolstofarme samenleving die efficiënt omgaat met natuurlijke rijkdommen omdat de biodiversiteit bevorderd wordt aan de hand van een ruimere milieubenadering in de context van de duurzame ontwikkeling.

De studie bestaat uit drie grote delen:
1. de selectie van een aantal prioritaire sectoren/ketens aan de hand van de analyse van hun impact op en afhankelijkheid van de biodiversiteit;
2. de identificatie en evaluatie van de bestaande maatregelen om de biodiversiteit te bevorderen in de bedrijfssector en het overheidsbeleid, door met name te analyseren in hoeverre de bestaande instrumenten (regulerend, co-regulerend en vrijwillig) in staat zijn om de impact van de Belgische bedrijven op de biodiversiteit te beperken;
3. de identificatie van de te voeren beleidslijnen en maatregelen door de federale overheid.

De analyse van de impact op en de afhankelijkheid van de biodiversiteit en de ecosysteemdiensten toont aan dat:
- elke activiteitensector afhangt van en een impact heeft op de biodiversiteit en de ecosysteemdiensten, sommige meer dan andere;
- deze impact en afhankelijkheid in de volledige waardeketen geïdentificeerd en geëvalueerd moeten worden om zo de meest efficiënte instrumenten af te bakenen om die te beperken.

Er werden drie sectoren geselecteerd:

• de voedingssector: de voedselverwerkende sector en de toeleverende (landbouw, visserij) en afnemende (distributie) sectoren in de toeleveringsketen;
• de chemische sector: de sector van chemie en biowetenschap, alsook de toeleverende (landbouw, ontginning van mineralen…) en afnemende (distributie) sectoren in de toeleveringsketen;
• de financiële en verzekeringssector en de afnemende sector (distributie) in de toeleveringsketen.

Tot slot stelt deze studie een aantal instrumenten voor die de federale overheid kunnen ondersteunen. Er is ook een samenvatting van deze studie beschikbaar.