De bestrijding van invasieve uitheemse soorten (Invasive Alien Species of IAS) is een van de 6 prioriteiten van de Europese strategie inzake biodiversiteit: “Onze levensverzekering, ons natuurlijk kapitaal – een EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020” (2011). 

Doelstelling 5 bepaalt immers dat tegen 2020:

  •  de IAS en hun toegangsroutes opgelijst en prioritair behandeld moeten worden;
  •  de prioritaire soorten beheerst of uitgeroeid moeten worden en de toegangsroutes beheerd moeten worden om de introductie en vestiging van nieuwe soorten te voorkomen.

Het is dus uiterst belangrijk om te kunnen optreden tegen de introductie van IAS, vooral dan van diegene die nog niet op het Europese grondgebied voorkomen. Ook die soorten die zich reeds op Europese bodem gevestigd hebben, moeten worden beheerst.

Dat is juist de bedoeling van  Verordening nr. 1143/2014 die in januari 2015 in de Europese Unie van kracht werd.

Zorgwekkende soorten binnen de Europese Unie

Deze verordening legt de regels vast om de nefaste invloed van de introductie en verspreiding van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten op de biodiversiteit te voorkomen, tot een minimum te herleiden en te milderen.

Het zorgwekkende karakter van een invasieve uitheemse soort wordt bepaald na een risico-evaluatie die gebeurt volgens objectieve criteria. Deze wetenschappelijke onderzoeken gebeuren doorgaans door de lidstaten, al kan ook de Europese Commissie daar volgens de Verordening werk van maken.

Verordening nr. 1143/2014 stelt een lijst op van voor de Europese Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten. Deze lijst evolueert en wordt regelmatig aangevuld als er nieuwe problematische soorten opduiken binnen de Europese Unie.

Momenteel staan er 36 planten en 29 dieren op de Europese lijsten van zorgwekkende soorten.

Nieuwe verplichtingen voor de lidstaten

De verordening legt de Lidstaten een reeks nieuwe verplichtingen op.

Zij moeten voor elke soort die op de lijst voorkomt zorgen voor de naleving van:

  • Het verbod op hun invoer en commercialisering;
  • Het verbod deze soorten te houden of te kweken;
  • Het verbod ze in de natuur te introduceren.

De Lidstaten moeten bovendien maatregelen nemen die tegen de op de lijst voorkomende soorten gericht zijn om :

  • actieplannen op te zetten die bedoeld zijn om hun onvrijwillige introductie en verspreiding te beperken;
  • de evolutie van hun aanwezigheid op het nationale grondgebied te bewaken;
  • de op hun grondgebied aanwezige populaties te beheren afhankelijk van hun invasieniveau (snelle uitroeiingsmaatregelen voor nieuw opkomende soorten, inperkings- en milderingsmaatregelen voor de soorten die al ruimer verspreid zijn,…)

Uitvoering in België

De uitvoering van de verordening vergt tussenkomsten van het federale niveau en van de Gewesten (Wallonië, Vlaanderen -  INBO en LNE - , Brussel).

  • De Gewesten zijn bevoegd voor de verkoop, het houden of de eventuele eliminatie van de soorten die nefast zijn voor het gewestelijke milieu. Deze bevoegdheden slaan op landsoorten, zoetwatersoorten of soorten die voorkomen in de mondingen op hun grondgebied.
  • Het Federaal niveau is bevoegd voor de invoer, uitvoer en doorvoer van de niet-inheemse soorten en voor de zeesoorten in de Noordzee

Om de goede uitvoering van de verordening te garanderen, hebben de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten een samenwerkingsakkoord gesloten.

Goed om weten:

Er is een nationale website waarop alle beschikbare informatie over invasieve uitheemse soorten in België staat.