Dieetvoeders of 'diervoeders met bijzonder voedingsdoel' zijn diervoeders die aan een bijzonder voedingsdoel voldoen op grond van hun bijzondere samenstelling of het bijzondere, bij hun vervaardiging toegepaste procedé, en die zich hierdoor duidelijk onderscheiden van gewone diervoeders.

Onder een 'bijzonder voedingsdoel' wordt verstaan het doel te voldoen aan de specifieke voedingsbehoeften van dieren waarvan het spijsverterings- of het absorptiemechanisme, dan wel het metabolisme, tijdelijk of onherstelbaar verstoord is of kan zijn, en die daardoor baat hebben bij de opname van een aan hun toestand aangepast voeder. Tot de diervoeders met een bijzonder voedingsdoel behoren niet de diervoeders met een medicinale werking (“gemedicineerde voeders”) in de zin van Richtlijn 90/167/EEG.

De handel en het gebruik van dieetvoeders worden geregeld door verordening (EG) nr. 767/2009 (.PDF) van 13 juli 2009 betreffende het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders. Artikel 9 stelt dat diervoeders met een bijzonder voedingsdoel slechts als zodanig mogen worden verhandeld indien de bestemming ervan voorkomt in de lijst van bestemmingen zoals vastgesteld in richtlijn 2008/38/EG (.PDF), en indien zij voldoen aan de essentiële voedingskenmerken voor het desbetreffende, in die lijst vermelde bijzondere voedingsdoel.

Aanvragen tot wijziging of uitbreiding van de lijst van bestemmingen van diervoeders met een bijzonder voedingsdoel moeten worden ingediend bij de Europese Commissie volgens de procedure zoals omschreven in artikel 10 van verordening (EG) nr. 767/2009.

Etikettering

Voor de etikettering van dieetvoeders gelden in de eerste plaats de algemene etiketteringsvoorschriften van verordening (EG) nr. 767/2009 die van toepassing zijn voor alle diervoeders. Daarbovenop zijn er een aantal bijkomende specifieke etiketteringsvoorschriften van toepassing voor dit type diervoeders. Bijkomend moet worden vermeld op het etiket:

  • de kwalificatie 'dieet', die uitsluitend is bestemd voor diervoeders met een bijzonder voedingsdoel, in combinatie met de benaming van het diervoeder (volledig dieetvoeder, aanvullend dieetvoeder, …);
  • de in de lijst van bestemmingen voorgeschreven gegevens (zie bijlage bij het koninklijk besluit van 20 juli 1995, kolommen 1 t.e.m. 6);
  • de vermelding dat vóór het gebruik van het diervoeder of vóór de verlenging van de gebruikstermijn het advies van een voedingsdeskundige of een dierenarts moet worden ingewonnen.

Voeders met een hoog gehalte aan toevoegingsmiddelen

Verordening EG nr. 767/2009 bepaalt in artikel 8 dat voedermiddelen en aanvullende diervoeders geen toevoegingsmiddelen mogen bevatten in een gehalte van meer dan honderd maal het vastgestelde maximumgehalte in volledige diervoeders (vijfmaal in het geval van coccidiostatica en histomonostatica). Voedermiddelen of aanvullende voeders met een hogere concentratie aan toevoegingsmiddelen (bijvoorbeeld sporenelementen of sommige vitaminen), moeten afgedekt zijn door de dieetvoederwetgeving waarbij specifieke uitzonderingen op deze factor x100 kunnen worden verleend. De bijlage bij richtlijn 2008/38/EG preciseert welke dieetvoeders mogen worden verhandeld en gebruikt met een concentratie aan toevoegingsmiddelen hoger dan 100 maal het vastgesteld maximumgehalte voor volledige diervoeders.