Verordening (EU) 2019/4 betreffende de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van gemedicineerde diervoeders (.PDF) regelt de voorwaarden voor de vervaardiging, de opslag, het vervoer, het in de handel brengen (met inbegrip van de in- en uitvoer) en het gebruik van gemedicineerde diervoeders en tussenproducten. Ze is rechtstreeks van toepassing vanaf 28 januari 2022.

Deze verordening trekt de richtlijn 90/167/EEG in en primeert boven het koninklijk besluit van 21 december 2006 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van gemedicineerde voeders (.PDF), Dit besluit zal binnenkort worden vervangen, waarbij bijna alle bepalingen (die overbodig geworden zijn) zullen worden opgeheven met uitzondering van deze die betrekking hebben op het uitgeven van de voorschriften door DGZ en ARSIA en op het elektronisch voorschrift.

Gemedicineerd diervoeder is in verordening 2019/4 gedefinieerd als een diervoeder dat klaar is om rechtstreeks zonder verdere verwerking aan dieren te worden gevoerd en dat bestaat uit een homogeen mengsel van een of meer diergeneesmiddelen of tussenproducten met voedermiddelen of mengvoeders.

1) Voorschrijven van gemedicineerde voeders

Gemedicineerde diervoeders mogen slechts aan houders van dieren worden geleverd wanneer die een diergeneeskundig voorschrift voor gemedicineerde diervoeders kunnen voorleggen. Dit voorschrift wordt slechts afgegeven na een onderzoek van het dier of de groep dieren door een dierenarts, en uitsluitend voor de gediagnosticeerde ziekte. De dierenarts mag ook een gemedicineerd diervoeder voorschrijven dat antiparasitica zonder antimicrobiële werking bevat, op basis van de kennis van de parasitaire infestatiestatus bij het dier of de groep dieren.

in de strijd tegen de antimicrobiële resistentie is het preventief gebruik van antimicrobiële middelen verboden. De toediening ervan aan dieren voordat er klinische ziektesymptomen optreden, om te voorkomen dat een ziekte of infectie zich voordoet (het zogenaamd profylaxe gebruik), mag dus niet meer. De toediening ervan aan een groep dieren, nadat een klinische ziekte bij een aantal dieren in de groep is vastgesteld, met het doel de klinisch zieke dieren te behandelen en de verspreiding tegen te gaan van de ziekte naar dieren die daarmee in nauw contact staan, een risico lopen en mogelijk al subklinisch geïnfecteerd zijn (het zogenaamd metafylaxe gebruik), kan wel nog maar moet door de dierenarts worden verantwoord in het diergeneeskundig voorschrift.

Daarnaast mogen gemedicineerde diervoeders niet meer dan één diergeneesmiddel met antimicrobiële werking bevatten.

Hetzelfde diergeneeskundig voorschrift mag niet gebruikt voor meerdere behandelingen van voedselproducerende dieren of pelsdieren.

De duur van de behandeling komt overeen met de samenvatting van de productkenmerken van het in het diervoeder verwerkte diergeneesmiddel en bedraagt, wanneer die duur niet is gespecificeerd, niet meer dan twee weken in het geval van een antibiotische behandeling en niet meer dan één maand voor andere behandelingen.
Het diergeneeskundig voorschrift is met ingang van de datum van afgifte geldig voor een periode van maximaal:

  • vijf dagen in geval van gemedicineerde diervoeders met antimicrobiële werking;
  • drie weken in geval van gemedicineerde diervoeders voor voedselproducerende dieren en pelsdieren;
  • zes maanden in geval van gemedicineerde diervoeders voor gezelschapsdieren.

De dierenartsen gebruikende genummerde voorschriften voor gemedicineerde diervoeders die, zoals de voorschriften voor diergeneesmiddelen, worden uitgegeven door:

  • Dierengezondheidszorg Vlaanderen vzw - DGZ (WEB) - indien zij ingeschreven zijn bij de Nederlandstalige Orde der Dierenartsen;
  • Association Régionale de Santé et d’Identification Animales a.s.b.l. - ARSIA (WEB) - indien zij ingeschreven zijn bij de Franstalige Orde der Dierenartsen.

Het model van de voorschriften uitgegeven door deze verenigingen werd aangepast aan de bepalingen van verordening 2019/4. De oude papieren voorschriften, conform het koninklijk besluit van 21 december 2006, mogen nog verder worden opgebruikt, zonder dat ze moeten worden ondertekend door de houder van de dieren, maar door de dierenarts manueel worden aangevuld met bijkomende vereiste gegevens: gehalte van het diergeneesmiddel per kg gemedicineerd diervoeder (naast het gehalte aan actieve stof in het voeder) en een verklaring indien een antimicrobiële behandeling bedoeld is voor metafylactische doeleinden of indien een behandeling is voorgeschreven in toepassing van het cascadesysteem.

Electronisch voorschrift

Het koninklijk besluit van 21 december 2006 (dat zal worden vervangen) bepaalt in artikel 5/1 de voorwaarden waaronder voorschriften onder elektronische vorm kunnen worden opgesteld en afgeleverd. Dit is mogelijk door de tussenkomst van een gemachtigde verlener van elektronische archiverings- en tijdsregistratiediensten. De dierenartsen kunnen gebruik maken van de diensten van deze dienstverlener(s) om voorschriften onder elektronische vorm af te leveren.
De gemachtigde dienstverlener voor het elektronisch voorschrift heeft het voorschriftmodel aangepast aan de bepalingen van verordening 2019/4.

2) Samenstelling van gemedicineerde diervoeders en tussenproducten

Gemedicineerde diervoeders en tussenproducten worden uitsluitend vervaardigd met diergeneesmiddelen:

3) Gemedicineerde voeders op het veebedrijf

Houders van voedselproducerende dieren:

  • gebruiken gemedicineerde diervoeders uitsluitend in overeenstemming met het diergeneeskundig voorschrift voor gemedicineerde diervoeders;
  • nemen maatregelen om kruisverontreiniging te vermijden, in het bijzonder door in voorkomend geval een lege silo te voorzien bij de levering, die na gebruik wordt gereinigd;
  • zorgen ervoor dat de gemedicineerde diervoeders alleen worden toegediend aan de dieren die in het diergeneeskundig voorschrift worden genoemd;
  • zorgen ervoor dat gemedicineerde diervoeders die antimicrobiële diergeneesmiddelen bevatten, niet voor profylactische doeleinden worden gebruikt;
  • houden zich aan de in het diergeneeskundig voorschrift bepaalde wachttijd;
  • bewaren de voorschriften chronologisch overeenkomstig artikel 108 van verordening (EU) 2019/6 op dezelfde wijze als de voorschriften voor de diergeneesmiddelen (HTML);
  • zorgen ervoor dat overtollige en vervallen gemedicineerde diervoeders worden verwijderd in overeenstemming met de gewestelijke bepalingen inzake de inzameling en verwijdering van afval van gemedicineerde diervoeders, ingesteld op grond van artikel 18 van verordening (EU) 2019/4.

4) Erkende fabrikanten van gemedicineerde voeders

De bepalingen die betrekking hebben op de erkenning van de fabrikanten en de leveranciers van gemedicineerde diervoeders (bedrijfsvoorwaarden) zijn een bevoegdheid van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (WEB).

 

Andere nuttige informatie: