1) Verordening 1831/2003  

De wettelijke voorschriften inzake de handel en het gebruik van additieven (of toevoegingsmiddelen) bestemd voor de dierlijke voeding, worden geregeld op Europees niveau door verordening 1831/2003 (.PDF) van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 betreffende toevoegingsmiddelen voor dierenvoeding.

Additieven worden ingedeeld in 5 categorieën, die op hun beurt worden onderverdeeld in verschillende functionele groepen (art. 6 en bijlage I van de verordening):

  1. Technologische toevoegingsmiddelen: additieven die om technologische redenen aan een dierenvoeder worden toegevoegd; deze categorie omvat de conserveermiddelen, antioxidanten, emulgatoren, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen, geleermiddelen, bindmiddelen, stoffen ter bestrijding van radionucleïde contaminatie, antiklontermiddelen, zuurteregelaars, inkuiltoevoegingsmiddelen, denatureermiddelen, stoffen ter vermindering van de verontreiniging met mycotoxinen en hygiënebevorderingsmiddelen;
  2. Sensoriële toevoegingsmiddelen: stoffen die de kleur of de geur van een diervoeder of de kleur van dierlijke producten verbeteren of veranderen (kleurstoffen en aromatische stoffen);
  3. Nutritionele toevoegingsmiddelen: omvatten de vitaminen, provitaminen en chemisch duidelijk omschreven stoffen met een gelijkaardige werking, de verbindingen van sporenelementen, de aminozuren en de zouten en de analogen daarvan, ureum en zijn derivaten;
  4. Zoötechnische toevoegingsmiddelen: stoffen die gebruikt worden om de prestaties (groei, voederconversie,…) van dieren in goede gezondheid te verbeteren of om het milieu gunstig te beïnvloeden; omvat de volgende functionele groepen: de verteringsbevorderaars (zoals de enzymen), de darmflorastabilisatoren (zoals micro-organismen), de stoffen met een gunstig effect op het milieu en de andere zoötechnische toevoegingsmiddelen;
  5. Coccidiostatica en histomonostatica: stoffen die aan dierenvoeders worden toegevoegd ter preventie van coccidiose en histomoniase bij pluimvee en konijnen.

Enkel de additieven waarvoor een vergunning werd verleend overeenkomstig voornoemde EU-wetgeving mogen in het verkeer worden gebracht en in diervoeders gebruikt worden.

 2) Toegelaten additieven 

De vergunningen voor toevoegingsmiddelen worden verleend via Europese uitvoeringsverordeningen. In toepassing van artikel 17 van verordening 1831/2003 stelt de Europese Commissie een Communautair Repertorium (in het Engels) (WEB) van toegelaten toevoegingsmiddelen voor de diervoeding ter beschikking dat regelmatig bijgewerkt wordt. 

Aangezien de informatie in dit Repertorium vrij summier (en alleen in het Engels) is, publiceert de FOD Volksgezondheid een (officieuze) geconsolideerde lijst van de toegelaten additieven (.PDF) in het Nederlands en het Frans met alle gebruiksvoorwaarden, die regelmatig wordt geactualiseerd.  De lijsten van in diervoeders toegelaten aromatische en eetlustopwekkende stoffen van natuurlijke origine en dienovereenkomstige synthetische producten, van inkuiltoevoegingsmiddelen en van vitaminen andere dan vitaminen A en D waarvoor de herevaluatieprocedure nog niet werd afgerond op Europees niveau, werden nog niet opgenomen in deze lijst. Deze toevoegingsmiddelen staan wel in het Communautair Repertorium van de toegelaten additieven. 

Verordening 1831/2003 is van toepassing in de EU sinds 18 oktober 2004. Overeenkomstig artikel 10 blijven voor ‘bestaande additieven’ (producten die waren toegelaten conform richtlijn 70/524/EEG) een aantal bijkomende overgangsbepalingen van toepassing tot wanneer ze een nieuwe vergunning hebben verkregen. Deze bepalingen zijn opgenomen in het ministerieel besluit van 12 februari 1999 (.PDF).

Via EU-aanbeveling nr. 25/2011 (.PDF) werden een aantal beoordelingscriteria uitgewerkt die het onderscheid tussen additieven, voedermiddelen, biociden en geneesmiddelen moeten verduidelijken. Deze aanbeveling kan als leidraad dienen voor zowel operatoren als controle-instanties om na te gaan of een bepaald product als voedermiddel (zonder vergunning) dan wel als toevoegingsmiddel (vergunning vereist) dient beschouwd te worden. De Europese Commissie heeft zelf reeds via verordening (EU) nr. 892/2010 (.PDF) van 8 oktober 2010 betreffende de status van bepaalde producten met betrekking tot onder verordening (EG) nr. 1831/2003 vallende toevoegingsmiddelen voor diervoeding,  vastgesteld dat een aantal producten niet of niet langer beschouwd werden als toevoegingsmiddelen. De Commissie spreekt zich hierin niet uit over het statuut van deze producten maar een groot aantal daarvan kan als voedermiddel verhandeld worden en werd intussen opgenomen in de Catalogus van voedermiddelen (.PDF).

3) Toelatingsprocedure voor toevoegingsmiddelen

De toelatingsprocedure voor nieuwe additieven of voor nieuwe toepassingen van reeds toegelaten additieven staat beschreven in de artikelen 7, 8 en 9 van de verordening (EG) nr. 1831/2003. In deze gecentraliseerde procedure is een belangrijke taak weggelegd voor de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), en meer bepaald voor het FEEDAP-Panel on additives and products or substances used in animal feed (WEB) dat instaat voor de wetenschappelijke beoordeling van nieuwe additieven (risico-evaluatie).  

De regels voor het opstellen en indienen van de aanvragen van vergunningen voor toevoegingsmiddelen voor dierenvoeding zijn opgenomen in verordening (EG) nr. 429/2008 (.PDF) tot vaststelling van voorschriften ter uitvoering van verordening (EG) nr. 1831/2003 .

De evaluatie en eventuele validatie van de analysemethoden voor additieven wordt, zoals vastgesteld in de verordening 378/2005/EG (.PDF), uitgevoerd door het EU Referentielaboratorium (EURL) voor diervoederadditieven (WEB) van de Europese Commissie.

Op basis van het advies van het FEEDAP-panel, dat is samengesteld uit experts afkomstig uit de diverse lidstaten van de EU en het EURL (voor de analysemethode) zal de Europese Commissie vervolgens beslissen om het betreffende additief al dan niet toe te laten.

4) Antibiotica

De handel en het gebruik van antibiotica als antimicrobiële groeibevorderaar in diervoeding is in de Europese Unie verboden sinds 1 januari 2006.

5) Meer informatie