Inhoudstafel

1. Voorzorgsmaatregelen

Alle biociden houden in meer of mindere mate een risico in voor onze gezondheid – in het bijzonder voor de gezondheid van zwangere vrouwen en kinderen – en voor ons milieu. Als u een biocide moet gebruiken, doe dit dan voorzichtig en met aandacht voor de kinderen en personen in de buurt en volg altijd de veiligheidsvoorschriften. En dat begint al vóór de aankoop van een dergelijk product!

1.1. Een biocide kopen

Voor u een biocide koopt,…
… is het belangrijk dat u zich een aantal vragen stelt:

  • Hebben we dit product echt nodig?
  • Bestaat er een alternatief dat minder risico’s inhoudt?
  • Welk van de toegelaten biociden is het meest geschikt om mijn probleem op te lossen?
  • Moet ik beschermingsmateriaal kopen, zoals handschoenen, een veiligheidsbril, … ?

Indien u een biocide moet kopen, koopt u best de gewenste hoeveelheid en niet meer dan u nodig hebt. Het is niet nodig om een voorraad aan te leggen, zo vermijdt u ook ongevallen of de vernietiging ervan als chemisch afval!
Biociden worden verkocht in verschillende verpakkingen zoals flessen, dozen, spuitbussen, armbanden, enz. Deze verpakkingen voldoen aan een aantal wettelijke vereisten, zoals de aanwezigheid van een veiligheidsdop. Ook hun etiket vermeldt belangrijke verplichte informatie over de samenstelling en de gevaren van het product en ook het Belgische toelatingsnummer. Soms wordt ook een gebruiksaanwijzing meegeleverd. Het is belangrijk dat u die informatie leest om na te gaan of dit wel het juiste product is, om de verschillende voorgestelde biociden te vergelijken en het beste te kiezen dat beantwoordt aan uw behoeften, maar ook rekening houdend met uw gezondheid en met het milieu, om te weten welke voorzorgsmaatregelen u precies moet nemen en welke beschermingsuitrusting vereist is, wat u moet doen met het afval en welke maatregelen u moet nemen bij een ongeval.

1.2. Alvorens u een biocide gebruikt

Voor u een biocide gebruikt, is voorzichtigheid geboden. De risico’s gekoppeld aan het gebruik ervan zijn vermeld op het etiket in de vorm van pictogrammen en gevarenaanduidingen. Het is belangrijk dat u deze leest want u vindt er aanwijzingen voor een optimaal gebruik. Vaak wordt er ook een bijsluiter meegeleverd met gedetailleerde instructies. Blijf uiterst waakzaam tijdens het gebruik, vooral in aanwezigheid van kinderen.
Tijdens het gebruik van een biocide, denk eraan:

  • om uzelf te beschermen volgens de aanwijzingen en om u strikt te houden aan de instructies (voor sommige producten bijvoorbeeld bieden nitrilhandschoenen een andere vorm van bescherming dan rubberen of latexhandschoenen) ;
  • om kinderen tijdens het gebruik van een biocide uit de buurt te houden ;
  • om kinderen en andere personen uit de buurt te houden zolang er een risico aanwezig is (product nog aan het drogen, moet nog nagespoeld worden, …) ;
  • om « lokmiddelen » zoals muizenkorrels, mierenlokdozen, … buiten het bereik van kinderen te houden;
  • om voedingswaren en dranken op een doeltreffende manier af te schermen van blootstelling aan het product ;
  • om het biocide nooit over te gieten in een ander recipiënt (risico op accidentele vergiftiging) ;
  • om de aangegeven hoeveelheden in acht te nemen, want te veel product gebruiken geeft geen beter resultaat, wel in tegendeel!
  • om het biocide, na gebruik, op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen, op te bergen.

1.3. Wat te doen bij een ongeval met een biocide ?

Lees op het etiket, in de bijsluiter of op de verpakking welke instructies u moet volgen als er eerste hulp moet worden toegediend. Neem contact op met  het Antigifcentrum (Tel. 070/ 245 245) of met uw huisarts/behandelende arts. Andere nuttige tips vindt u op de website van het Antigifcentrum.

1.4. Een biocide opruimen of verwijderen

Biociden moeten worden verwijderd volgens de instructies die op de verpakking staan. Indien deze niet vermeld zijn, volgt u de afvalverwijderingsvoorschriften van uw Regio. Giet een biocide nooit in de gootsteen!
Wenst u meer informatie
U kunt steeds terecht bij ons Contact Center 02/524.97.97 elke werkdag van 9u tot 17u, of via ons mailadres info.biocides@milieu.belgie.be of u kunt het formulier invullen op www.biocide.be
Raadpleeg ook onze folder « Weet u wat een biocide is? » of de brochure Biociden en pesticiden : niet zonder risico ‘s !


2. Federaal Reductieprogramma voor Pesticiden (FRPP)

Sinds 2005 heeft de FOD een Programma voor de reductie van Pesticiden en Biociden aangenomen waar in 2012 een einde aan kwam. De Federale Overheidsdienst heeft, in het kader van het Nationaal Actieplan pesticiden (NAPAN), een Federaal Reductieprogramma voor Pesticiden (FRPP) uitgewerkt (2013-2017).

Voor alle andere pesticiden (gewasbeschermingsmiddelen) kan u meer informatie terugvinden op « fytoweb ».

In het kader van de federale bevoegdheden bestaat het duurzaam gebruik van biociden uit diverse acties waarvan de belangrijkste de wetenschappelijke evaluatie is van toelatingsplichtige biociden (toxicologie, ecotoxicologie, werkzaamheid,…). voordat ze op de markt worden gebracht. De volgende acties werden reeds ondernomen of zijn in uitvoering; de jaarlijkse analyse van de biocidemarkt, het onderzoek naar indicatoren, de ontwikkeling van informatiemiddelen: brochure “Weet u wat een biocide is?” en “Biociden: niet zonder risico voor bestuivers”, een interactief zoekinstrument in real time voor alle toegelaten biociden sinds 2005, de splitsing van de biocidemarkt (grote publiek/professionelen), de uitvoering van studies om de kennis te vergroten en nieuwe actievoorstellen te ontwikkelen, toxicovigilantie. Deze acties zijn opgenomen in de actieplannen voor pesticiden.
Programma voor de Reductie van pesticiden en biociden (PRPB) 2005 – 2012

De voornaamste doelstelling van het PRPB bestaat erin, tegen 2012, de impact op het leefmilieu van pesticiden voor landbouwkundig gebruik met 25% te verminderen en een vermindering met 50% te bewerkstelligen in andere sectoren waarop erkende pesticiden en toegelaten biociden een impact hebben. Dit programma beoogde de uitwerking van een honderdtal actiepunten waarvan er 79 uitgevoerd werden en 23 verdergezet worden in het FRPP 2013-2017. Het PRPB werd afgesloten met een eindrapport die de historiek, de wettelijke basis, de voorziene actiepunten en de voortgang ervan. Het PRPB sluit aan op het FRPP (Federaal Reductieprogramma voor Pesticiden) 2013-2017.
 Federaal programma voor de reductie van Pesticiden (FRPP) 2013-2017
 Sinds 2012, omvat het woord "pesticide" per definitie zowel de gewasbeschermingsmiddelen als de biociden.
Het PRPB werd vervangen door het FRPP (2013-2017) Het volledige programma is beschikbaar via deze link (FRPP 2013-2017.pdf).
Het FRPP is tevens onderdeel van het Nationaal Actieplan (NAPAN) dat de reductieprogramma’s van de 3 gewesten groepeert.
Het FRPP :

  • beoogt een vermindering van het risico dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden meebrengt, met inbegrip van de vermindering van het gebruik en van het op de markt brengen van deze producten.
  • omvat 41 acties die als doel hebben de volksgezondheid te beschermen en de risico’s te verminderen die verbonden zijn aan het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen

Dit zijn enkele van de acties die specifiek gericht zijn op « biociden »

  • Invoeren van aangepaste wetgeving voor biociden voor professioneel gebruik.
  • Informatie geven aan de gebruikers van niet-professionele producten op de verkoopplaats over de correcte gebruiksomstandigheden en over de risico’s voor de volksgezondheid en voor het milieu.
  • documentatie online ter beschikking stellen van het grote publiek om hen te informeren • Toxicovigilantie uitgevoerd door het Antigifcentrum : zie rubriek « Toxicovigilantie»
  • Opvolgen van de effecten van biociden op de bijen.

Er wordt tevens aandacht besteed aan de effecten van biociden op bestuivers (waaronder bijen). Er werd een brochure opgemaakt “Biociden: niet zonder risico’s voor bestuivers”.
Er werd tevens een brochure opgemaakt « Ongewenste gasten in je huis of tuin »


3. Balans van het Federale Bijenplan 2012 - 2014

Het Federale Bijenplan heeft een collaboratieve werkmethodologie ingevoerd tussen de actoren van de administratie, het onderzoek en de burgermaatschappij in het algemeen, die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij het behoud van de bestuiving. Het is een federaal en nationaal “Bijenbestuur” dat het mogelijk heeft gemaakt om concrete acties op touw te zetten en er voor gezorgd heeft dat veelbelovende platformen gelanceerd konden worden. Vandaag bestaat de uitdaging erin om deze positieve en dynamische samenwerking ook in de toekomst mogelijk te maken, net als de acties die werden gerealiseerd of op gang werden gebracht. Balans van het Federale Bijenplan 2012-2014


4. Eindwerk preventieadviseur : Preventie van risico’s - landbouwsector

Uittreksel uit de studie :

De chemische risico’s in een landbouwbedrijf zijn legio (diergeneeskundige geneesmiddelen, fytofarmaceutische producten, detergenten, brandstoffen …). Voor deze studie hebben wij er echter voor geopteerd om te focussen op de biociden.

Verschillende vaststellingen :

Er bestaan zeer weinig gegevens over de goede gebruikspraktijken voor biociden in de landbouw en in het merendeel van de andere activiteitsectoren.

Er is zeer veel onwetendheid bij de beroepsmensen uit de landbouwsectoren in verband met biociden;

De gevaren worden zwaar onderschat en de beschermingsuitrusting wordt zeer weinig gebruikt ;

Het gebeurt dat er niet toegelaten biociden worden gebruikt in de bedrijven, nochtans is de wetgeving duidelijk, een biocide mag niet worden gebruikt en verhandeld voor niet toegelaten gebruiksdoeleinden;

de communicatie naar de landbouwers toe is ontoereikend en vaag.

Naar het voorbeeld van wat er reeds werd verwezenlijkt op het vlak van de preventie van de risico’s gekoppeld aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zou er, wat de biociden betreft, heel wat kunnen worden gerealiseerd:

Vulgarisatie inzake risicopreventie.

Verbetering van de databank van de biociden zodat deze als hulpmiddel kan dienen voor de beroepsmensen en de diensten die instaan voor de begeleiding van landbouwers.

Gemakkelijkere toegankelijkheid tot de erkenningsprocedures voor de gebruikers van biociden.

"Preventie van de risico’s verbonden aan het gebruik van biociden in de landbouwsector", (rapport in het frans) - Frédéric Gastiny – Universitair certificaat van preventieadviseur niveau 1 "Arbeidsveiligheid " Academiejaar 2012-2013

TFEFredGastpng


5. Toxicovigilantie

logo centre antipoisonsToxicovigilantie registreert de gevallen van acute vergiftiging door pesticiden (biociden en gewasbeschermingsmiddelen) bij het Antigifcentrum.
In 2007 en in 2011 werden er registraties gedaan, en ook opvolgingen bij de personen die het Antigifcentrum telefonisch hebben gecontacteerd. De opvolging hiervan is lopende.
Toxicovigilantie is een wettelijke verplichting die ook kadert binnen het Federaal Reductieprogramma voor Pesticiden (FRPP)

2014 Toxicovigilantie (Antigifcentrum)

In de maanden april t/m september 2014 waren er 1.560 oproepen voor een blootstelling aan een PPP of biocide. Dit is een stijging van 14% ten opzichte van dezelfde periode in 2011. Bij die 1.560 oproepen ging het in 438 (27%) gevallen om kinderen, 579 (35%) keer om volwassenen en 622 (38%) keer om dieren. Bij de kinderen viel 74% in de leeftijdsgroep van 1 tot 4 jaar. De oproepen kwamen van de familie (31%), eigenaar van het dier (25%), de blootgestelde zelf (18%), van medici (13%) en van dierenartsen (12%). Er waren in 2014 567 (36%) oproepen voor PPP, een status quo t.o.v. 2011. De voornaamste types van deze oproepen waren herbiciden (54%),mollusciciden (20%) en insecticiden (11%). Bij de 993 (64%) oproepen voor biociden waren de voornaamste types insecticiden (45%) en rodenticiden (32%). De verdeling tussen PPP en biociden was bij kinderen en volwassenen respectievelijk 20 - 80% en 51 - 49%. Bij volwassenen zijn de meeste blootstelling via de mond (63%), gevolgd door inademing (14%) en via de huid (13%). Bij kinderen zijn de blootstellingen zijn meestal oraal (94%). Er worden voor volwassenen weinig professionele blootstellingen (5%) gemeld aan het Antigifcentrum.

Er werden 465 van de 1.560 oproepen telefonisch gecontacteerd. Het ging hierbij om 496 blootgestelden. Bij 283 hiervan waren er symptomen, waarbij er bij 194 een causaal verband was. De symptomen waren als volgt verdeeld: 139 mineure, 31 matige, 16 ernstige symptomen en 8 fatale gevallen. Deze laatsten kwamen uitsluitend bij dieren voor. Het ging in 3 gevallen om metaldehyde, 3 maal om een raticide, 1 pyrethrine en 1 maal chlormequat.

Er waren 1.225 blootstellingen aan een oplossing van hypochloriet of chloro-isocyanuraat. Bij 116 hiervan ging het om een biocide, meestal een schimmelverwijderaar. Er waren 913 volwassenen, 264 kinderen en 48 dieren blootgesteld. De contactweg was bij volwassenen meestal door inademing (59%), via de mond (20%), in het oog (12%) en op de huid (7%). Bij kinderen was de contactweg vooral via de mond (75%), gevolgd door inademing (9%), op de huid (6%) en in het oog (5%). De leeftijd van de kinderen was in 84% van de gevallen 0 – 4 jaar. In 318 gevallen van inademing ging om een mengsel van hypochloriet met een ander product. De blootstellingen waren in 91% van de gevallen accidenteel. Bij de volwassenen waren er bij 81% van de oproepen symptomen, bij kinderen in 43% van de gevallen.

Hypochloriet in vaste vorm (tabletten, korrels) was verantwoordelijk voor 72 blootstellingen bij 45 volwassenen, 23 kinderen en 4 dieren. De meeste blootstellingen vonden plaats door inademing.

2011 Toxicovigilantie (Antigifcentrum) + Samenvatting

2007 Toxicovigilantie (Antigifcentrum) + Samenvatting

Een aanzienlijk percentage van de telefonische oproepen betreft de blootstelling van dieren (30%).
Bij tweede derde van de oproepen omtrent blootstelling van kinderen zijn kinderen betrokken tussen 1 en 4 jaar. De betrokken producten zijn meestal plaagbestrijdingsmiddelen (PT 18), rodenticiden, herbiciden en insecticiden voor landbouwkundig gebruik.

Contacteer ons per e-mail: info.biocides@milieu.belgie.be

Document