Net zoals bij heel wat andere milieumateries, worden de verplichtingen inzake invasieve uitheemse soorten (Invasive Alien Species of IAS) in eerste instantie uitgevaardigd op internationaal niveau. Meer specifiek zijn er verschillende juridisch bindende verdragen, waarvan het verdrag inzake biologische diversiteit het meest bekende is. 

Er zijn nog andere internationale juridische instrumenten met betrekking tot de problematiek van de IAS.  Zo is er de Raad van Europa (internationale organisatie die verschilt van de Europese Unie) die een Europese strategie heeft uitgewerkt in verband met invasieve uitheemse soorten in het kader van het verdrag van Bern inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk milieu in Europa. 

Vervolgens worden deze verplichtingen opgelegd op Europees niveau, in het kader van de Europese Unie. Sinds 2015 is er een verordening die de preventie en het beheer van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten in de lidstaten van de Unie organiseert.

Elke lidstaat moet dus de verschillende verplichtingen uitgevaardigd op internationaal of Europees niveau op nationaal niveau nakomen.

Wat België betreft, heeft de bevoegdheidsverdeling inzake het leefmilieu ook een impact op het beheer van de IAS  aangezien het vooral de gewesten zijn (Wallonië / Vlaanderen (INBO en LNE) / Brussel) die bevoegd zijn op het vlak van natuurbehoud. Zij zijn dus verantwoordelijk voor het beheer van de IAS op hun grondgebied.

Er zijn echter twee uitzonderingen waarvoor de Federale Staat bevoegd blijft:

  • enerzijds voor de invoer, uitvoer en doorvoer van IAS, in het kader van zijn meer globale bevoegdheid inzake de in-, uit- en doorvoer van uitheemse plantensoorten en van uitheemse diersoorten en hun krengen (art. 6, §1, III, 2° van de wet van 8/8/1980 tot hervorming der instellingen);
  • anderzijds in het kader van zijn bevoegdheid voor het mariene milieu dat behoort tot het rechtsgebied van België (Noordzee).