Het Belgische deel van de Noordzee is een ondiepe zee met een diepte tussen 20 en 45 meter. Onder water kan onze zee het best worden vergeleken met een licht glooiend landschap met zandbanken die ongeveer parallel ten opzichte van de kustlijn liggen. Tussen de zandbanken zijn er slibrijkere zones, de geulen. Hoe verder je in zee gaat, hoe verder deze onderzeese zandbanken uit elkaar liggen. Tussenin liggen een aantal grindbedden. Deze afwisseling op de zeebodem zorgt ervoor dat er ook een erg gevarieerd bodemleven mogelijk is.

Door zijn grootte en ligging in het zuiden van de Noordzee en in de buurt van het Kanaal komen in het Belgische deel van de Noordzee meerdere migratieroutes voor zeevogels samen.

In het oosten van onze zee bevindt zich de monding van de Zeeschelde, de Westerschelde en de Schelde. De aanvoer van extra voedingsstoffen in dit gebied zorgt voor een verhoogde hoeveelheid plankton in het zeewater. Het is een zone met een levendige uitwisseling tussen vissen en schaaldieren, tussen rivier en open zee.