Verordening nr. 1143/2014 voorziet het opstellen van een lijst van invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Deze lijst is evolutief. Zij moet regelmatig worden aangevuld naargelang er nieuwe problematische soorten in de Unie verschijnen.

Nieuwe verplichtingen voor de Lidstaten

De verordening legt de Lidstaten een reeks nieuwe verplichtingen op.

Zij moeten voor elke soort die op de lijst voorkomt zorgen voor de naleving van:

  • Het verbod op hun invoer en commercialisering;
  • Het verbod deze soorten te houden of te kweken;
  • Het verbod ze in de natuur te introduceren.

De Lidstaten moeten bovendien maatregelen nemen die tegen de op de lijst voorkomende soorten gericht zijn om :

  • actieplannen op te zetten die bedoeld zijn om hun onvrijwillige introductie en verspreiding te beperken;
  • de evolutie van hun aanwezigheid op het nationale grondgebied te bewaken;
  • de op hun grondgebied aanwezige populaties te beheren afhankelijk van hun invasieniveau (snelle uitroeiingsmaatregelen voor nieuw opkomende soorten, inperkings- en milderingsmaatregelen voor de soorten die al ruimer verspreid zijn,…)

De uitvoering in België

De uitvoering van de verordening vergt tussenkomsten van het federale niveau en van de Gewesten (Wallonië, Vlaanderen -  INBO en LNE - , Brussel).

  • De Gewesten zijn bevoegd voor de verkoop, het houden of de eventuele eliminatie van de soorten die nefast zijn voor het gewestelijke milieu. Deze bevoegdheden slaan op landsoorten, zoetwatersoorten of soorten die voorkomen in de mondingen op hun grondgebied.
  • Het Federaal niveau is bevoegd voor de invoer, uitvoer en doorvoer van de niet-inheemse soorten en voor de zeesoorten in de Noordzee