De bestrijding van invasieve uitheemse soorten (Invasive Alien Species of IAS) is een van de 6 prioriteiten van de Europese strategie inzake biodiversiteit: “Onze levensverzekering, ons natuurlijk kapitaal – een EU-biodiversiteitsstrategie voor 2020” (2011). 

Doelstelling 5 bepaalt immers dat tegen 2020:

  •  de IAS en hun toegangsroutes opgelijst en prioritair behandeld moeten worden;
  •  de prioritaire soorten beheerst of uitgeroeid moeten worden en de toegangsroutes beheerd moeten worden om de introductie en vestiging van nieuwe soorten te voorkomen.

Die soorten dragen immers bij tot het verlies aan biodiversiteit in Europa en de achteruitgang van de ecosysteemdiensten die ze biedt.  Door bijvoorbeeld te concurreren met de lokale soorten (inheemse/autochtone soorten) voor voedsel of voor het gebruik van de natuurlijke habitat, maar ook door zich ermee te voeden of door hybridisatie. Daardoor vermindert de diversiteit van de autochtone soorten, in het bijzonder op het vlak van de genetische diversiteit. 

Economische schade

Naast het louter milieuaspect veroorzaken de IAS ook grote economische schade die momenteel enkel voor de Europese Unie op 12,5 miljard euro per jaar wordt geraamd. Voor bepaalde sectoren zoals landbouw, aquacultuur, visvangst en bosbouw veroorzaken ze directe economische verliezen door bijvoorbeeld de insleep van ziekten. Ook de controle en uitroeiing ervan kan grote kosten teweegbrengen die collectief door de samenleving gedragen moeten worden. De uitroeiing van de Amerikaanse grijze eekhoorn (Sciurus Carolinensis) in Groot-Brittannië kost jaarlijks 200.000 pond sterling, of zo’n 240.000 euro.

Een homogene en coherente Europese actie

Het is dus uiterst belangrijk om te kunnen optreden tegen de introductie van IAS, vooral dan van diegene die nog niet op het Europese grondgebied voorkomen. Ook die soorten die zich reeds op Europese bodem gevestigd hebben, moeten worden beheerst.

Dat is juist de bedoeling van  Verordening nr. 1143/2014 die in januari 2015 in de Europese Unie van kracht werd.

Deze verordening legt de regels vast om de nefaste invloed van de introductie en verspreiding van zorgwekkende invasieve uitheemse soorten op de biodiversiteit te voorkomen, tot een minimum te herleiden en te milderen.

Het zorgwekkende karakter van een invasieve uitheemse soort wordt bepaald na een risico-evaluatie die gebeurt volgens objectieve criteria. Deze wetenschappelijke onderzoeken gebeuren doorgaans door de lidstaten, al kan ook de Europese Commissie daar volgens de Verordening werk van maken.