Naast de specifieke tekortkomingen ten aanzien van de eerste twee pijlers van het Verdrag (toegang tot informatie en inspraak bij de besluitvormingsprocessen), bestaan er ook andere gevallen binnen het milieurecht in ruime zin waarbij het verantwoord is om het gerecht in te schakelen.

Wanneer kan het?

Twee voorbeelden:

  • een gemeentelijke, regionale of federale instantie neemt een administratieve beslissing die volgens de aanklager het milieurecht niet respecteert. Deze beslissing kan worden aangevochten bij de Raad van State;
  • een rivier wordt verontreinigd door een bedrijf of door een particulier. De verantwoordelijke wordt gerechtelijk vervolgd.

Wie kan actie ondernemen?

Zich richten tot de Raad van State (nietigverklaring of schorsing van een beslissing) is slechts mogelijk op voorwaarde dat er een voldoende belang wordt aangetoond (dit wordt gedefinieerd in artikel 19 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State).
Om een gerechtelijke procedure te starten voor een rechtbank (in de gebruikelijke betekenis van het woord), moet het belang van handelen (zoals aangegeven in artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek) worden aangetoond. Er dient opgemerkt te worden dat een milieuvereniging gebruik kan maken van een specifieke wet om de Voorzitter van de rechtbank van 1e aanleg te vragen een handeling te stoppen die schadelijk is of kan zijn voor het milieu (zie de wet van 12/01/1993).

Waar kan men terecht?

Meer informatie?