De felle concurrentie op wereldniveau om natuurlijke hulpbronnen (brandstoffen, mineralen, metalen, water, biomassa, schone lucht, enz.) te gebruiken, te verkrijgen en te beheren, zorgt niet alleen voor schaarste en instabiele prijzen van deze grondstoffen, maar ook voor een achteruitgang van de ecosystemen en verandering van het klimaatsysteem.

Om die reden moeten onze productie- en consumptiepatronen veranderen: de hulpbronnen van onze aarde moeten op een duurzamere wijze gebruikt worden, en de negatieve impact op het leefmilieu moet beperkt worden. Dit betekent dat waarde met minder materiaal gecreëerd moet worden en dat er anders verbruikt moet worden.

Hierna volgen een aantal voorbeelden van acties om de druk op de hulpbronnen te beperken:
- meer materialen recycleren en onderdelen van producten hergebruiken;
- de meest kritische hulpbronnen vervangen door andere die doeltreffender zijn en gedurende hun hele levenscyclus een kleinere impact op het leefmilieu hebben (tijdens de fases van winning, vervoer, verwerking, verbruik en verwijdering van afvalstoffen);
- de gebruiksduur van producten verlengen;
- het hergebruik of de ruil van producten stimuleren. 

Het efficiënte gebruik moet op alle natuurlijke hulpbronnen toegepast worden. Het moet dus ook gebruikt worden bij voedingsmiddelen, visvoorraden, vruchtbare bodems, hout, water, schone lucht, biomassa en ecosystemen

Die zoektocht naar efficiëntie mag evenwel niet tot elke prijs gebeuren. We moeten dus goed op de hoogte zijn van de nieuwe risico’s.