Milieuproblemen en -bedreigingen

Menselijke activiteit heeft, vooral de laatste decennia, een grote negatieve impact gehad op het mariene milieu. De zee en haar biodiversiteit krijgen klappen, vooral door de aard en schaal van deze activiteiten.  Zo wijzigde de kwaliteit van het zeewater de laatste decennia bijvoorbeeld door verontreiniging met marien zwerfvuil en eutrofiëring of vermesting. Klimaatverandering heeft dan weer een effect op de temperatuur in zee en verhoogt er de zuurtegraad. Ook visserij vormt door overbevissing en impact op de zeebodem een zeer belangrijk probleem. Daarnaast veranderen de geluidsniveaus in het water door werken aan windturbineparken, de scheepvaart, zandwinning, defensieactiviteiten, recreatie ... Ten slotte neemt ook de inheemse biodiversiteit af, terwijl door toedoen van de mens verscheidene invasieve soorten in de Noordzee belanden en de eigen soorten het nog moeilijker krijgen. De dienst Marien Milieu zoekt continu naar specifieke oplossingen voor deze problemen. Positieve verandering kan echter ook al op individueel niveau: iedereen kan zijn/haar steentje bijdragen aan een gezondere zee!

Marien Zwerfvuil

Marien zwerfvuil is een groeiend probleem voor alle zeeën en oceanen en is een aanzienlijke bedreiging voor ons leefmilieu. Elk vast materiaal dat door de mens werd vervaardigd en (in)direct of (on)opzettelijk terechtkomt in het mariene milieu wordt gezien als marien zwerfvuil. Elk jaar belandt wereldwijd gemiddeld 8 miljoen ton plastic afval in zee. Dat is een volle vrachtwagen per minuut! Al dat afval is afkomstig vanuit de zee als van op het land. Scheepvaart, visserij en aquacultuur zijn activiteiten op zee die een bron kunnen zijn van marien zwerfvuil. Vooral achtergelaten visnetten vormen hierbij een probleem.


Zwerfvuil van op land belandt in zee via rivieren, riolen of waterzuiveringsinstallaties, of eenvoudigweg door de wind. Een belangrijk aandeel van het strandafval vloeit voort uit toeristische activiteiten. Bij vuurwerk, festivals, sportwedstrijden en strandbars worden massale hoeveelheden afval achtergelaten op het strand. De populariteit van zulke events neemt toe en de hoeveelheid achtergelaten afval stijgt mee.



Ook de Noordzee kampt met de problematiek van marien zwerfvuil. Het zwerfvuil in onze Noordzee bestaat voor ongeveer 90% uit plastic afval. Plastics zijn polymere synthetische stoffen die bekend zijn om hun duurzaamheid of lange levensduur. Ze blijven dus ook zeer lang in het milieu. Sommige stoffen zijn pas afgebroken na 450 jaar en kleine fragmenten als micro- of nanoplastics verdwijnen zelfs nooit helemaal. Deze continue toevloed van plastic zwerfvuil leidt tot een opeenhoping in het mariene milieu die nog voor decennia, zo niet eeuwen, aanwezig zal blijven.



Marien zwerfvuil vormt een grote bedreiging voor het mariene ecosysteem en de biodiversiteit. Regelmatig verstrikken vissen, vogels, zeeschildpadden of zeezoogdieren in achtergelaten netten. Veel dieren zien het zwerfafval voor voedsel aan, waardoor hun maag vol komt te zitten met rommel. Zo is er minder ruimte voor voeding en verzwakken de dieren.



Bovendien binden verschillende giftige stoffen, persistent organische polluenten in vaktaal,  zich makkelijk aan micro-plastics. Hoe meer plastic de dieren eten, hoe meer van deze giftige stoffen zich in het dier opstapelen. Dit proces heet bioaccumulatie.Dit probleem verergert hoe hoger je je in de voedselketen beweegt. De plastics en eraan gebonden toxische stoffen verdwijnen immers niet wanneer ze worden opgegeten. Dit proces van opstapeling binnen een voedselketen heet biomagnificatie. Het is een belangrijk proces voor de mens, aangezien wij resoluut aan de top van de voedselketen staan en dus onbewust plastic en toxische stoffen opnemen tijdens het verorberen van een visfilet. Zeker bij vissoorten hoger in de voedselketen, zoals tonijn of zalm, is dit van tel. 



Wat doet de overheid?

De federale overheid bindt de strijd aan met marien zwerfvuil door middel van het Actieplan Marien Zwerfvuil. Dit actieplan mikt op een breed draagvlak en richt zich op het voorkomen van macro- en microzwerfvuil, zowel van op land als uit de zee. Het actieplan moet het grote publiek sensibiliseren en bewustmaken van de problematiek rond marien zwerfvuil. Het omvat maatregelen voor preventie van zwerfvuil aan de bron, voor de opkuis van de plastic soup in zee en voor controle op naleving van de wetgeving. Het actieplan zet bovendien sterk in op samenwerking en nodigt alle betrokken partners, nationaal, internationaal, overheid en industrie, uit om hun verantwoordelijkheid te nemen. Het Actieplan Marien Zwerfvuil draagt zo bij tot de realisatie van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling.



De dienst Marien Milieu steunt al enkele jaren het  ‘Fishing for Litter’- project. Vissers nemen het afval, dat ze tijdens de vangst tegenkomen, mee terug aan land in ‘big bags’ en geven het kosteloos af voor verwerking.  De actie sensibiliseert hen en zorgt ervoor dat het afval niet steeds opnieuw in hun netten terechtkomt. Bovendien dragen ze door het project ook bij aan het beschermen van de visstocks. Een aspect waar hun beroep erg afhankelijk van is.

Wat kan jij doen?

Op onze website de zeebegintbijjezelf kan een hele reeks tips en inspiratie vinden die het verschil maken.
(^Top)

Overbevissing en bijvangst 

Betere vistechnieken, grotere schepen en een stijgende vraag naar vis zorgen ervoor dat vissers steeds meer vis bovenhalen. Wanneer schepen  zo veel vis vangen, dat er niet meer voldoende visstocks overblijven om de soort in stand te houden, spreekt men van overbevissing. Overbevissing is één van de belangrijkste problemen waarmee het Gemeenschappelijk Visserijbeleid van de Europese Unie te kampen heeft. Zij bepalen daarom de quota die men per land per soort mag vissen en staan daarnaast in voor het duurzaam beheer van de visserijvloot en het streven naar een duurzame transitie in de sector. Overbevissing is immers niet alleen een ecologisch probleem. Het is ook een economisch probleem voor de visserijsector. Visbestanden van commerciële soorten zoals kabeljauw, tong en schol zijn de laatste decennia bijvoorbeeld sterk achteruitgegaan. Eenmaal de visstocks uitgeput geraken, zullen veel vissers zonder werk vallen.


 

Naast overbevissing komt er in de netten van schippers ook ongewenste bijvangst terecht. Het gaat dan meestal om te kleine exemplaren maar ook om andere soorten zoals schaaldieren, weekdieren, zeesterren, en zelfs zeezoogdieren en zeevogels. Bijvangst belandt momenteel meestal terug overboord. Teruggeworpen dieren sterven echter vaak door de opgelopen verwondingen. Bij zeezoogdieren, in de praktijk vooral bruinvissen, moeten vissers de bijvangst echter melden aan BMM, de bevoegde instantie. Zij volgen de evolutie van deze cijfers op. Sinds 1 januari 2016 is via de aanlandplichthet teruggooien van bijvangst en te kleine vissen verboden in de hele Europese Unie. De kleine vissen zijn nog niet geschikt voor consumptie maar moeten wel gerapporteerd worden om een correcte inschatting te krijgen van de visstocks. De Europese Commissie bepaalt welke vissoorten onder deze regelgeving vallen, welke uitzonderingen er zijn en hoe lang deze bepalingen gelden.

Bij visvangst met de boomkor is 40 tot 75% van de totale vangst bijvangst. Bij garnaalvisserij kan dit oplopen tot 85 à 90%. Hierdoor gaan bepaalde soorten enorm achteruit, zoals de platte oester, tuimelaar en de stekelrog.

Wat doet de overheid?

Door het nemen van visserijmaatregelen speelt België,  in samenspraak met andere lidstaten, een actieve rol om het marien milieu te beschermen tegen de impact van visserij op kwetsbare gebieden. Zo werd in 2015 een nieuwe wet ingevoerd door de Vlaamse overheid die het gebruik van warrelnetten verbiedt. Aan de kust vormden deze een risico op verstikking voor bruinvissen en zeevogels.

Wat kan jij doen?

  • Kies voor duurzaam gevangen of gekweekte vis van labels zoals MSC en ASC. Deze labels garanderen dat de vis die je opeet afkomstig is van een duurzame bron.
  • Gebruik viskalenders en viswijzers om ecologisch verantwoorde keuzes te maken. Deze geven aan uit welke gebieden en wanneer vis best gekocht kan worden opdat de impact op de visbestanden minimaal blijft. Het is namelijk zo dat tijdens het paarseizoen vissen zo weinig mogelijk gestoord dienen te worden zodat ze zich optimaal kunnen voortplanten.
  • Als u toch opstellingen van illegale warrelnetten op het strand ziet staan kan u dit melden aan de  kustwacht zodat deze uit het milieu verwijderd kunnen worden en er geen dieren onnodig in verstrengeld geraken.

(^Top)

Habitat- en soortenverlies

Het wordt drukker en drukker in de Noordzee en de ruimte voor natuur staat steeds meer onder druk. Habitatverlies treedt op wanneer de noodzakelijke leefomgeving voor dieren en planten aanzienlijk verslechtert of zelf verdwijnt. Het merendeel van alle oceanen staat onderdruk, voornamelijk rond de kustgebieden. Deze zijn dichtbevolkt en er is veel menselijke activiteit: toerisme, industrie, havens, transport en bewoning veroorzaken heel wat druk op deze plaatsen. 


Kostbare kustgebieden herbergen vaak belangrijke habitats. Duinen, moerassen, stuaria, slikken en schorren dienen vaak als paaiplaats, broed- of foerageergebied. Ze vervullen dus een sleutelrol in de levenscyclus van veel soorten. Habitatverlies of het verdwijnen van een sleutelsoort uit een habitat heeft vaak grote gevolgen voor de biodiversiteit. Een verlies van biodiversiteit kan namelijk zorgen voor een vermindering aan ecosysteemdiensten. Hierdoor kan de  menselijke druk op het ecosysteem dan weer minder worden gebufferd.

Ook op zee is de invloed van de mens voelbaar. Door bodemberoerende activiteiten, zoals visserij, de aanleg van windmolenparken en zandwinning, verdwenen de oesterbedden die ooit voorkwamen voor de Belgische kust volledig. Ook de grindbedden ondergingen een sterke verstoring. Hierdoor daalde de aanwezige biodiversiteit. Door omwoeling van het grind werden aanwezige soorten vernietigd en kregen ze niet de kans om opnieuw te ontwikkelen.  Op dit moment treffen we enkel nog relicten (overblijfselen) aan op plaatsen die door hun ligging op natuurlijke wijze beschermd zijn tegen verstoring. Voor enkele kwetsbare soorten, zoals de Europese platte oester en de dodemansduim, komt alle hulp te laat. Zij worden nog maar zeldzaam waargenomen.



Menselijke impact verstoort ook op indirecte manieren het habitat en de soorten die erin leven. Zo heeft de klimaatverandering ook in de zee een groot effect. De watertemperatuur stijgt erdoor en de zuurtegraad neemt toe. Stikstofvervuiling en invasieve soorten wijzigen dan weer aanzienlijk de kenmerken en soortenstelling van onze Noordzee.

Meer info over het beschermen van habitats en soorten vind je in de instandhoudingsdoelstellingen van de dienst marien milieu en de Koninklijke besluiten betreffende procedures en soortenbescherming .

Wat doet de overheid?

Een  duurzame balans  tussen een gezond marien milieu en menselijke activiteiten op zee is cruciaal. Alleen zo kunnen we de aanwezige biodiversiteit beschermen en waar nodig herstellen. Daarom dient voor elke ingrijpende menselijke activiteit een op zee een milieueffectrapportage (MER) opgesteld te worden.  Deze MER brengt mogelijke milieugevolgen van een plan, activiteit of project in kaart en kan de basis voor een vergunning zijn. 
Via het Belgian Nature Integrated Project (BNIP) slaan de verschillende Vlaamse, Waalse en Federale overheden de handen in elkaar om via Prioritized Action Frameworks (PAF) de Natura 2000-doelstellingen op land en zee te behalen. Het Agentschap voor Natuur en Bos coördineert dit project en creëert een operationeel kader voor het verlenen van expertise en ondersteunen van Natura 2000-projecten op het terrein. Voor meer info over het BNIP project kan je op de website terecht.

Wat kan jij doen?

  • Leer meer over de natuur in en rond de zee, maar ook in je buurt. Je vindt al heel wat info bij de lokale natuurvereniging, in natuurcentra, in boeken of online. Help ook anderen te informeren over het belang van de natuur.
  • Bezoek natuurgebieden! Natuureducatiecentra, vogelreservaten en natuurgebieden brengen je heel wat bij over de natuur. Tips nodig? Trek eens naar het Zwin, de Duinpanne, de Doornpanne …
  • Help vervuiling tegen te gaan. 

(^Top)

Invasieve soorten

Uitheemse soorten komen regelmatig voor in onze zee. Dat is op zich geen probleem. Soms beginnen ze zich echter ongecontroleerd te vermenigvuldigen. Wanneer hierbij de ecologische of economische belangen of de volksgezondheid in het gedrang komen, spreken we van invasieve soorten.



Invasieve soorten zijn de op één na grootste oorzaak van het uitsterven van soorten. Daardoor vormen ze één van de grootste bedreigingen voor de inheemse biodiversiteit op land, zoet- en zoutwater. In het Belgische deel van de Noordzee komen 73 niet-inheemse soorten voor. Sommige vind je zelfs op het strand terug: de Amerikaanse zwaardschede, de Filippijnse tapijtschelp  en de Japanse oester. Ze zijn geïntroduceerd via ‘vectoren’. In de mariene omgeving is dit in de eerste plaats scheepvaart, via aanhechting aan de scheepsromp of in het ballastwater. Andere vectoren zijn offshore aquacultuur en het uitzetten van aquariumdieren of -planten in het wild. Op sommige plaatsen, zoals in zeehavens, zijn meer dan 60% van de soorten niet-inheems!

Wat doet de overheid?

Een beheersplan ter bescherming van onze inheemse biodiversiteit is cruciaal. België engageert zich om niet-inheemse soorten het mariene ecosystemen enkel positief te laten beïnvloeden.
Enkele concrete maatregelen vallen onder de wet ter bescherming van het mariene milieu. Zo is het bijvoorbeeld verboden om niet-inheemse soorten in te voeren in het Belgische deel van de Noordzee. Daarnaast is een procedure nodig om de kweek van niet-inheemse soorten binnen offshore aquacultuur te vergunnen.
De aanwezigheid van invasieve soorten is expliciet opgenomen binnen de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Het Ballastwaterverdrag is nog een ander instrument. Deze internationale overeenkomst voorkomt, beperkt en bant de verplaatsing en introductie van schadelijke waterorganismen en ziektekiemen in het mariene milieu. Dit gebeurt door controle en beheer van het ballastwater van schepen wanneer ze van de ene naar de andere haven varen. De FOD Mobiliteit volgt de toepassing van dit verdrag op.

Wat kan jij doen?

  • Dump geen visaas in het water na een hengelsessie. Het bevat vaak wormen, kleine voornsoorten (een soort karper)  of rivierkreeftjes die niet van nature in de Noordzee voorkomen en kunnen evolueren naar een invasieve soort.
  • Laat nooit dieren uit een aquarium of vijver vrij in de natuur. Gooi je aquariumplanten met een plastic zak in de vuilbak.
  • Maak je wandelschoenen schoon als je van het enenatuurgebied naar het andere gaat. Je kan namelijk plantenzaden, micro-organismen of ziektekiemen van het ene gebied naar het andere verspreiden.
  • Geef als consument de voorkeur aan inheemse soorten en eet lokaal. 

(^Top)

Onderwatergeluid

Voor veel mariene organismen, zeezoogdieren, vissoorten en zelfs invertebrata (ongewervelden), is gehoor één van de belangrijkste zintuigen om noodzakelijke handelingen te kunnen uitvoeren. Geluidsgolven zorgen ervoor dat zij zich kunnen voortbewegen en oriënteren, en dat ze kunnen communiceren, zich voeden en voortplanten … Onder water wordt licht immers snel geabsorbeerd. Het ontwikkelen van een sterk gehoor is, in het licht van hun evolutie, dus vooral een goede overlevingsstrategie. Geluid is er namelijk des te meer onder water en geluidsgolven zijn er bovendien een zeer krachtig medium: ze worden nauwelijks gedempt en planten zich onder water vijf maal sneller voort dan boven water.



Heel wat menselijke activiteiten (scheepvaart, heiwerken voor de installatie van windturbines, militaire oefeningen, seismisch onderzoek enz.) veroorzaken veel onderwatergeluid en kunnen dus al deze levensnoodzakelijke processen aantasten. De gevolgen hiervan variëren van maskering van biologisch relevante signalen, gewijzigd gedrag, aantasting van gehoororganen tot verwondingen of zelfs de dood bij erg hoge geluidsniveaus. Zeezoogdieren (walvisachtigen, dolfijnen, bruinvissen) en vissen (omwille van hun met gas gevulde zwemblaas) zijn bovendien bijzonder gevoelig voor de geluidsgolven van explosies. De meeste ongewervelden ondervinden daar weinig schade van omdat zij geen organen hebben die met gas gevuld zijn.

Wat doet de overheid?

Het beheer van akoestische verstoring is één van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Bij de milieueffectenbeoordeling van projecten op zee is geluid een milieudruk die geëvalueerd wordt binnen de milieuvergunningen.
De dienst Marien Milieu overlegt dan ook met de militaire sector om enkele niet-technische maatregelen toe te passen, bijvoorbeeld het vernietigen van springtuigen op land in plaats van in zee, het voorzien van een afschriksysteem, het uitstellen van de vernietiging van mijnen bij waarnemingen van zeezoogdieren en een tijdelijk verbod op ontploffingen tijdens perioden met hoge dichtheden van bruinvissen. Samen met de FOD Mobiliteit sensibiliseert de dienst Marien Milieu ook de scheepvaart, om het effect van onderwatergeluid op walvisachtigen te beperken.
(^Top)

Oceaanverzuring

Koolstofdioxide (CO2) kan beperkt oplossen in water waardoor oceanen CO2 opnemen uit de atmosfeer. Door het stijgen van de concentratie van CO2 in de atmosfeer, stijgt ook de concentratie van CO2 in de oceanen. Een kwart van de CO2 die uitgestoten wordt in de atmosfeer ​(door het verbranden van fossiele brandstoffen) wordt opgenomen door de oceanen. Ze zijn dus een belangrijke buffer in onze strijd tegen klimaatopwarming. Maar iedere buffer kent zijn grenzen en ook hier stelt de mensheid het marien milieu op de proef. Wanneer een oceaan CO2 opneemt, reageert het met zeewater om koolzuur (H2Co3) te vormen. Dit koolzuur valt op natuurlijke wijze ui elkaar in bicarbonaat en carbonaatmoleculen. Dit chemisch proces, waarbij er H+ ionen vrijkomen, verzuurt het zeewater.



De verzuring, of verhoging van de concentratie CO2 in de oceanen, bemoeilijkt de aanmaak van calciumcarbonaat (CaCO3) door organismen. Deze stof is het voornaamste bestandsdeel van de schelpen van schelpdieren, maar is ook van belang voor bv. kiezelwieren, koralen, en zeesterren. Zij bouwen hun skelet op met dit materiaal. Een gebrek aan calciumcarbonaat zorgt voor een brozer skelet en dat resulteert dan weer in verlaagde overlevingskansen. De zure oceaan lost als het ware de kalkskeletten op. Omdat kiezelwieren de basis vormen van de voedselpiramide op zee, bestaat het gevaar dat oceaanverzuring grote gevolgen kan hebben voor de voedselbevoorrading van de mens. Sinds de 18de eeuw is de pH van het zeewater al met 0,11 gedaald. Dit klinkt misschien weinig, maar dit gaat over een verhoging van de zuurtegraad met meer dan 25%. De geschatte daling van 0.3 of 0.4 pH tegen 2100 kan dus een desastreuse uitkomst hebben voor het marien milieu.

Wat doet de overheid?

België heeft een actief klimaatbeleid wat betreft de CO2-problematiek. Het specifieke probleem van de verzuring wordt internationaal aangepakt binnen verschillende internationale fora zoals het Verdrag van Londen en het Biodiversiteitsverdrag. De dienst Marien Milieu zorgt ervoor dat Belgische standpunten binnen deze verschillende fora op elkaar afgestemd worden. Zo is er steevast een vertegenwoordiger van de dienst Marien Milieu aanwezig op de jaarlijkse grote klimaatvergaderingen (de klimaat-COP’s) om de belangen van de oceanen in de picture te zetten.

Wat kan jij doen?

Oceaanverzuring is een gevolg van de uitstoot van CO2 . Daarom zijn klimaatacties een goede manier om de verzuring van de oceanen een halt toe te roepen. Je CO2 -uitstoot beperken kan op verschillende manieren. Als individu gaat het vooral over hoe we eten, ons verplaatsen, hoe we wonen en wat we kopen. In regel is het altijd efficiënter om een activiteit te vermijden. Het is bijvoorbeeld beter om je huis goed te isoleren dan om te verwarmen via een warmtepomp, net zoals van thuis te werken beter is dan met de elektrische wagen naar het werk rijden.

Uitgebreidere tips vind je bij Klimaatverandering  of op klimaat.be
(^Top)

Eutrofiëring  

Eutrofiëring of vermesting treedt op wanneer er te veel nutriënten, zoals fosfaten en nitraten, in het water aanwezig zijn. Dit is meestal door toedoen van de menselijke activiteiten zoals landbouw en industrie. Op het eerste zicht lijkt dit geen probleem: planten in rivieren, meren en oceanen kunnen in de eerste plaats vooral profiteren van dit verhoogde aanbod aan voedingsstoffen. In water benutten algen als eerste deze extra influx aan nutriënten waardoor er een explosieve algenbloei kan optreden. Wanneer de algen vervolgens sterven, worden ze afgebroken door bacteriën in aeroob proces. Hierdoor wordt zuurstof geleidelijk uit het water onttrokken. Dit kan uiteindelijk leiden tot vissterfte en voedselschaarste voor vogels. Een bijkomend gevaar is dat sommige algensoorten een resem aan giftige stoffen produceren die door dier of mens kunnen worden opgenomen met symptomen als spierverkramping, koorts, diarree of oogirritatie tot gevolg. De kleur van de algen is belangrijk om te identificeren over welke soort het gaat en welk type toxines ze produceren. Aan onze kust kan deze algenbloei voorkomen onder de vorm van groen tij of schuim op het strand.

Wat doet de overheid?

Het probleem van de eutrofiëring van het mariene milieu wordt vooral aangepakt door de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water. In samenwerking met de OSPAR-landen wordt er gemonitord en worden stroomgebiedsbeheersplannen voor de Belgische kustwateren opgesteld. Op die manier kunnen nadien doelgerichter maatregelen worden getroffen om eutrofiëring bij de bron aan te pakken. 

Wat kan jij doen?

  •  Wees je ervan bewust welke meststoffen en chemicaliën je gebruikt. Gebruik ze verstandig zodat ze bij onweer niet gewoon wegspoelen naar een nabijgelegen waterweg.
  •  Zorg voor minder watervervuiling door ecologische schoonmaak-, (vaat)was- en verzorgingsproducten en verven (bv. met het EU Ecolabel) te gebruiken. Gebruik ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen en andere chemische producten zoals bleekwater, ontkalkers en ontstoppers alleen indien nodig, veilig en op de juiste manier.

(^Top)

Klimaatverandering

De rol van oceanen in de strijd tegen klimaatverandering wordt tot dusver ondergewaardeerd. Ze voorzien ons van het merendeel van de zuurstof die we inademen en vormen een beschermende CO2-buffer tegen de opwarming van de aarde. Zo absorbeerden de oceanen al meer dan 90% van de toegevoegde warmte sinds de jaren ‘70. Dit is een rechtstreeks gevolg van menselijke activiteiten. Maar er is een limiet aan die capaciteit om warmte te absorberen en de oceaan geraakt stilaan verzadigd met CO2. Dit heeft niet enkel een weerslag op het leven in de oceaan maar ook op ons.

Smelten van de ijskappen

Eén van de bekendste beelden van klimaatopwarming is het smelten van de ijskappen op de polen. Dit is dramatisch en kan een domino-effect in gang kan zetten. In de ijskappen zit namelijk een zéér grote hoeveelheid methaan opgeslagen, die versneld vrij kan komen wanneer de ijskappen smelten. Aangezien het effect op de opwarming van methaan 25 keer hoger ligt dan dat van CO2, kan dit een waterval aan effecten veroorzaken waardoor de natuur het proces van klimaatverandering van ons overneemt. Menselijke inspanningen zullen op dat moment niet langer baten om de klimaatverandering een halt toe te roepen.

Gevolgen voor de biodiversiteit

Op vlak van biodiversiteit verliezen iconische soorten zoals ijsberen, walrussen, pinguïns en walvissen kostbaar leefgebied. Maar ook organismen in warmere wateren zoals koralen hebben moeite om zich aan te passen aan de verhoogde temperatuur. Ze sterven massaal af waardoor er enkel verbleekt koraal achterblijft.

Aquatische organismen zullen massaal migreren op zoek naar de juiste leef- en paaicondities. De warmere watertemperatuur zal het leefgebied van meer zuidelijk levende soorten steeds verder noordwaarts verschuiven. Zo zullen er nieuwe soorten, waaronder bepaalde soorten zeepokken, voor onze kust verschijnen en andere soorten, zoals de haring, net weer verdwijnen. De gewijzigde soortensamenstelling kan leiden tot verstoorde ecologische relaties binnen het mariene voedselweb en een invloed hebben op onze voedselketen.


Invloed op zeestromingen en de zeespiegel

Klimaatverandering zal daarnaast ook zijn effect hebben op de zeestromingen. Temperatuurverschil van het water veroorzaakt deze stromingen, tussen de tropen en de polen. Naarmate het water kouder wordt, wordt het zwaarder en zakt het naar diepere delen van de oceanen om elders weer naar boven te komen. De temperatuursverandering van het water kan zo de richting en snelheid van zeestromingen aantasten. Migrerende soorten die afhangen van deze stroming voor het aanleveren van voedsel of de verspreiding van hun larven om zich voort te planten, zullen als eerste worden getroffen. Nadien zullen ook het lokale weerklimaat en de neerslaghoeveelheid worden aangetast.



Bovendien zorgt het smelten van de ijskappen voor een snelle zeespiegelstijging. Tegen 2050 wordt een stijging van 30cm geschat en tegen 2100 zelfs een stijging van 80cm. Kleine eilandstaatjes in de Atlantische oceaan en lagergelegen dichtbevolkte kustgebieden (bv. in Bangladesh) zullen aanleiding geven tot de eerste klimaatvluchtelingen. Roepen we de stijging van de zeespiegel geen halt toe, dan zullen verschillende eilandstaten tegen het einde van de 21ste eeuw verzwolgen worden door de oceaan.

Wat doet de overheid?

Aangezien de klimaatproblematiek globaal speelt, wordt er ook over de grenzen heen naar samenwerking en oplossingen gezocht voor de bescherming van oceanen tegen klimaatverandering. Daarom beslisten de Verenigde Naties om de periode 2021-2030 te wijden aan marien onderzoek, ter ondersteuning van duurzaam oceaanbeheer over de hele wereld.

Samen met de dienst Klimaatverandering organiseerde de dienst Marien Milieu op 19 februari 2019 een klimaatconferentie waar de ‘Brussels Declaration on climate change & ocean preservation ondertekend werd door vertegenwoordigers van meer dan 30 landen. Deze tekst brengt tal van politieke acties rond de thema's oceanen en klimaatverandering samen. Het benadrukt ook het cruciale belang van wetenschappelijk gefundeerde beleidsvorming en moedigt oceaan- en klimaatonderzoek aan.

Verder draagt de dienst Marien Milieu bij aan het streven naar de reductie van  CO2-emissies binnen de scheepvaartsector , zoals voorgesteld in de Overeenkomst van Parijs.

Wat kan jij doen?

De bedreiging van klimaatverandering kan overweldigend lijken. Een eerste stap is dus vooral je correct informeren over de werking van de oceaan en de impact van je dagelijkse gewoontes. Leer over tips die je in het dagelijkse leven kunnen helpen om de zeeën te beschermen en hou je ecologische voetafdruk zo klein mogelijk. Let op hoe je je verplaatst, wat je eet, wat je koopt en hoe je woont. Deel je kennis ook zeker met vrienden en familie. Je vindt hierbij alvast een paar handige tips om te starten:

  • Verplaatsen: door verplaatsing te vermijden, verklein je je uitstoot. Moet je toch buitenshuis, ga dan bij voorkeur te voet of per fiets, gevolgd door het openbaar vervoer. Mensen die niet zonder auto kunnen, kiezen best voor een zuinig model: hybride of elektrisch. Carpoolen is ook een prima optie, zo hou je extra auto’s uit het verkeer.

  • Wonen: onze woningen hebben ook een stevig aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. Wonen in een stadskern of gewoon in een kleiner huis of appartement verlaagt dit aandeel al. Goed isoleren, warmtepompen zetten, zonneboilers installeren en zonnepanelen leggen, zijn nog een grotere win. Bekijk het EPC-attest van je woning, je vindt er nuttige tips om de uitstoot van je huis te verlagen.

  • Kopen: elk product, van een blad papier tot een computer, kostte CO2 tijdens de productie ervan. Nadenken over je consumptiegedrag is dan ook een onderdeel van een klimaatvriendelijk leven. Spullen lenen of tweedehands kopen, zijn een mooi alternatief voor nieuwe aankopen, maar ook correct recycleren is van belang. Zo gaan grondstoffen niet verloren. Hoe minder grondstoffen er nodig zijn om jouw leven te laten draaien, hoe beter voor het klimaat én het milieu.

  • Eten: een sector die veel aandacht geniet binnen de klimaatdiscussie is de landbouwsector. Vooral een vleesarm dieet staat hierbij in the picture. Je hoeft geen vleesloos bestaan te leiden (al is dat uiteraard het meest effectief), enkele dagen per week vegetarisch eten, is al een stap in de goede richting. Een tweede aandachtspunt is lokale voeding. Zo vermijd je transport en beperk je de impact. Seizoensgebonden eten, vervolledigt het plaatje. Eet je groenten buiten hun seizoen? Dan waren er energievretende serres of koelruimtes nodig voor hun productie. Door te kiezen voor voedsel tijdens de natuurlijke oogstmaanden, beperk je dit alweer tot een minimum. Groentekalenders helpen je hierbij op weg!

    Meer info op www.klimaat.be.
    (^Top)

Verstoring van de bodem

Schade aan de zeebodem uit zich vooral in de samenstelling en de geleverde diensten van de habitats op de zeebodem en de soorten die er vertoeven. De schade kan veroorzaakt worden door verstoringen,  zoals het wegschrapen van de zeebodem, verstoring van het sediment of winnen van zand of grind. 

Boomkorvissen bijvoorbeeld, is een techniek waarbij een groot net met zware gewichten over de bodem wordt gesleept. Het neemt alles op zijn pad mee, vernietigt zo kwetsbare bodemecosystemen en laat de bodem verstoord achter. Ook bij het heien van palen voor windturbines wordt vaak een hamer gebruikt die met een enorme kracht palen in de bodem slaat. De schokgolf die zich daarbij door de bodem beweegt, kan mogelijks de interne organen van invertebraten die zich in de bodem bevinden, beschadigen.


Bij het ontginnen van zand worden hele gemeenschappen uit de bodem mee opgezogen en aan het marien milieu onttrokken. Zandontginning kan ook een zandpluim creëren die zorgt voor troebel water, wat ook  een impact heeft op het aanwezige mariene leven. Het kan een barrière vormen voor koralen die zonlicht nodig hebben om te functioneren en zo resulteren in vissterfte, door het gebrek aan voedsel en zuurstof.

Diepzeemijnbouw zal voor gelijkaardige problemen zorgen: zowel bij het opzuigen van mineralen als bij het terugstorten van het residu zullen enorme sedimentpluimen ontstaan. De schade van al deze activiteiten aan de zeebodem heeft grote gevolgen voor de biodiversiteit en het voedselweb in mariene systemen.

Wat doet de overheid?

De ene activiteit is uiteraard schadelijker dan de andere. Alle activiteiten verschillen namelijk in omvang, mate van impact of de aantasting van andere habitattypen. Daarom kreeg iedere activiteit een apart milieueffectenrapport en dient een aparte vergunning aangevraagd te worden per activiteit, met een eigen geldigheidsduur. De dienst Marien Milieu staat in voor volgende vergunningen. 

Wat kan jij doen?

Het is niet evident om als individu een direct effect op de bodemverstoring te hebben. Bewustmaking over de kost van sommige vistechnieken en zandwinning voor het milieu is al één ding. Dit zijn immers activiteiten die gedreven worden door de vraag van de consument. Een concreet voorbeeld van dit proces is de diepzeemijnbouw, waar bedrijven naar de onontgonnen mineraalvoorraad in de diepzee beginnen te kijken. Door de grote vraag naar smartphones, tablets … is een aanvullende bron van kostbare grondstoffen aantrekkelijk. Je bewust zijn van je koopgedrag is dus al een stap in de juiste richting.
(^Top)