Lawaaihinder van vliegtuigen

Van de verschillende soorten transportmiddelen zijn vliegtuigen het luidruchtigst. Het lawaai dat vliegtuigen maken wordt dan ook als het meest hinderlijk ervaren ten opzichte van spoorverkeer en wegverkeer, zelfs bij hetzelfde geluidsniveau.

Lawaaihinder van luchtverkeer kan op verschillende manieren worden aangepakt: door stillere vliegtuigen te maken, door de beperking van de vluchten in aantal of in de tijd, door spreiding van de vliegroutes, door de isolatie van de huizen…

Afhankelijk van het soort maatregel, zijn er verschillende autoriteiten bevoegd voor het beleid en de uitvoering ervan: federale, gewestelijke of lokale overheden.

 

 

Stillere vliegtuigen

Normalisatie van nieuwe en buitendienststelling van oude vliegtuigen

Luchtvaart is in de eerste plaats een internationale aangelegenheid: vliegtuigen vliegen immers de wereld rond. Op internationaal niveau worden regels opgesteld waaraan vliegtuigen moeten voldoen: niet alleen op vlak van veiligheid, maar ook om de geluidshinder te beperken. Deze regels worden opgesteld door het ICAO (International Civil Aviation Organisation), een agentschap van de Verenigde Naties, en bekrachtigd door Europa.

De regeringen en de luchtvaartsector proberen het geluidsniveau van individuele luchtvaartuigen constant te verbeteren, door de invoering van steeds strengere geluidemissienormen. Omdat vliegtuigen lange tijd dienst doen, bemoeilijkt dit de snelle introductie van stillere vliegtuigen en een effectieve reductie van lawaaihinder van de luchtvaart. De vliegtuigen die in de jaren 70 werden gebouwd, ooit conform aan de (toen) geldende geluidsnormen (zogenaamde ICAO “Hoofdstuk 2 norm”), bleven bijna drie decennia lang dienst doen. Pas in 2002 was de buitendienststelling van Hoofdstuk 2-vliegtuigen in vele landen afgerond, inclusief in Europa. Sinds begin jaren 70 werden de geluidsemissienormen twee keer aangescherpt (vanaf 1978 geldt er voor nieuwe vliegtuigen de “Hoofdstuk 3 norm” en vanaf 2006 de “Hoofdstuk 4 norm” die 10 dB strenger is). Er werd echter door Europa geen planning voor de buitendienststelling van bestaande luchtvaartuigen vastgelegd die conform zijn aan de geluidsemissienorm van de vorige fase (“Hoofdstuk 3 norm”).

Vanaf 2017 geldt voor nieuwe vliegtuigen de “Hoofdstuk 14 norm”, die 7 dB strenger zal zijn dan de Hoofdstuk 4 norm.

 

Exploitatiebeperking van marginaal conforme vliegtuigen binnen de Europese Unie

Omdat het buitendienststellen van oudere lawaaierige vliegtuigen een moeizaam proces is, hebben de EU-lidstaten de mogelijkheid gekregen om hun exploitatie op een andere manier te beperken. In 2002 werden in de Europese Unie, in opvolging van de richtlijnen van het ICAO, nieuwe regels en procedures vastgesteld in dit verband (Richtlijn 2002/30/EG betreffende geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens).  Deze richtlijn geeft de lidstaten de mogelijkheid om exploitatiebeperkingen op te leggen op individuele luchthavens, met name voor luchtvaartuigen die marginaal conform zijn (minus 5 dB ten opzichte van de vorige geluidsnorm van ICAO, de Hoofdstuk 3 norm), voor zover de lidstaten zich houden aan de zogenaamde “evenwichtige aanpak”.  Deze aanpak bestaat erin de geluidsproblematiek in en rond de luchthavens in kaart te brengen en vervolgens verschillende opties voor geluidsbestrijding te analyseren:

• de beperking van het vliegtuiglawaai bij de bron (stillere vliegtuigen);
• de ruimtelijke ordening i.v.m. de luchthaventerreinen en het beheer van hun gebruik;
• operationele procedures voor lawaaibestrijding;
• exploitatiebeperkingen.

 

Er moet naar de meest kostenefficiënte combinatie van deze vier maatregelen gezocht worden. 

Vanaf 2016 wordt de definitie van marginaal conforme vliegtuigen aangescherpt: ze moeten 8 dB stiller zijn dat de oude norm, de ICAO Hoofdstuk 3 norm, gedurende een overgangsperiode tot 2020. Daarna moeten ze nog 2 dB extra stiller zijn.

 

Certificatie

De overeenstemming met de ICAO-regels wordt strikt gecontroleerd door onafhankelijke certificatie-instellingen die daarvoor aangeduid zijn door de overheid. In de Europese Unie is het EASA (European Aviation Safety Agency) de bevoegde certificatie-instelling.

Het certificatieproces verloopt in twee fasen. In de eerste fase wordt door de certificatie-instelling (EASA in de EU) een typecertificaat afgeleverd voor een nieuw model van een vliegtuig. In de tweede fase worden individuele vliegtuigen gecertificeerd, door de lidstaat waar het vliegtuig in gebruik wordt genomen. In België is het directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer hiervoor verantwoordelijk. Ze controleert of het vliegtuig conform is met het typecertificaat. Deze administratie zorgt ook voor het afleveren van een geluidscertificaat, een document dat het vliegtuig conform verklaart aan de geluidsnormen en dat elke vliegtuigeigenaar bij de boorddocumenten moet hebben.

 

 

Op gewestelijk niveau: maatregelen per luchthaven

De Europese richtlijn voor de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (2002/49/EG) bepaalt dat lidstaten geluidskaarten moeten opstellen van belangrijke luchthavens op hun grondgebied, onder andere belangrijke luchthavens zoals Brussel-Nationaal en Charleroi. Op basis van de geluidskaarten moet er voor elke belangrijke luchthaven ook een geluidsactieplan worden opgesteld. Er gelden niet enkel Europese regels voor de luchthavens, maar ook Gewestelijke regels: luchthavens moeten immers een milieuvergunning aanvragen aan de Gewestelijke autoriteit. In de milieuvergunning kunnen speciale voorwaarden worden opgelegd die een impact hebben op het aantal bewegingen en op de geluidsproductie van de bewegingen. De Gewesten kunnen ook grenzen opleggen op niveau van geluidsimmissie, dus het geluid dat in de omgeving wordt ontvangen als gevolg van het vliegverkeer.

 

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er geen luchthaven: de luchthaven Brussel-Nationaal is gelegen in Zaventem in Vlaams Brabant. Toch kan, wanneer het geluidsniveau dat een vliegtuig produceert de gewestelijke geluidsemissienorm overschrijdt, de vliegtuigmaatschappij van dit toestel een sanctie opgelegd krijgen, zelfs indien ze aan alle exploitatievoorwaarden (Ministerieel Besluit van 3 mei 2004 en aanpassingsbesluiten) voldoet en de voorgeschreven vliegprocedures volgt. Om een klacht in te dienen over de geluidshinder door het luchtverkeer, schrijft u naar de afdeling Milieupolitie van Leefmilieu Brussel via een online formulier of naar de Ombudsdienst van de Luchthaven Brussel-Nationaal. Bij Leefmilieu Brussel kunt u ook een premie aanvragen voor geluidsisolerende vensters en deuren. U vindt meer informatie op www.leefmilieubrussel.be.

 

Wallonië

In Wallonië heeft de overheid een speciale instantie opgericht die onder meer instaat voor het uitvoeren van metingen in het milieu, in de omgeving van de regionale luchthavens van Luik en Charleroi: “la Société Wallonne des Aéroports (SOWAER). Deze dienst informeert de omwonenden van de niveaus van het lawaai die worden geregistreerd door het netwerk van geluidsmeters rond de luchthavensites. Zij voert ook de maatregelen uit voor de buurtbewoners (afkopen van huizen, geluidsisolatiewerken, premies, …). U vindt bijkomende informatie op de website www.sowaer.be of per telefoon voor Luik op het nummer 0800/25747 of voor Gosselies (Charleroi) op het nummer 0800/90111. Er is ook een onafhankelijke autoriteit opgericht voor de controle van de geluidshinder van de luchthavens, waartoe particulieren zich kunnen wenden (l’Autorité de contrôle des nuisances aéroportuaires en Région wallonne, www.acnaw.be).

 

Vlaanderen

In Vlaanderen zijn de internationale luchthavens Brussel-Nationaal, Oostende-Brugge, Antwerpen-Deurne en Kortrijk-Wevelgem aangeduid als belangrijke luchthavens. In Vlaanderen kunt u met uw vragen over geluidshinder van luchthavens terecht bij de dienst Hinder en Risicobeheer van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie van Vlaanderen: milieuhinder@vlaanderen.be, www.milieuhinder.be.

 

 

De Luchthaven Brussel-Nationaal: een speciaal geval

Het beheer en de uitbating van de luchthaven Brussel-Nationaal (Zaventem) hangt af van de federale overheid, meer bepaald het Directoraat-generaal Luchtvaart van de FOD Mobiliteit en Vervoer.

Rond de luchthaven zijn er drie meetnetten aanwezig: zowel het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als de uitbater van de luchthaven zelf hebben meetpunten. Voor de evaluatie van al die gegevens werken zij alle drie samen.

Mensen met klachten over het lawaai afkomstig van deze luchthaven kunnen terecht bij de Ombudsdienst. Deze dienst is een onafhankelijke dienst, opgericht op voorstel van de minister van Mobiliteit en Vervoer. Zij rapporteert jaarlijks aan deze minister.

Binnen het Directoraat-generaal Luchtvaart (afdeling Luchtvaartinspectie) werd een specifieke cel opgericht ter controle van het reglementaire kader van de luchthaven Brussel-Nationaal. Deze specifieke cel oefent het toezicht uit op de naleving van de regels (geluidsquota’s, periodes waarbinnen vliegtuigen mogen opstijgen, vliegprocedures, procedures ter vermindering van het geluid). Meer informatie vindt u op de website van de FOD Mobiliteit en Vervoer.