Perchloraat komt van nature voor in het milieu zoals in de bodem van de Atacamawoestijn in Chili. Het is ook een milieucontaminant door de hoge gehaltes in bepaalde meststoffen en door de verschillende industriële toepassingen zoals de verwerking van metaal, papierproductie, productie van raketten, explosieven, vuurwerk, etc.. Een andere mogelijke bron is de degradatie van bepaalde waterdesinfectieproducten. De bodem, meststoffen en water zijn dus mogelijke bronnen van perchloraat en kunnen levensmiddelen zoals groenten en fruit verontreinigen.

In 2010 werd perchloraat als milieucontaminant geëvalueerd door een internationaal expertencomité van Codex Alimentarius, genaamd JECFA - Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives. Deze experten besloten dat op basis van de toen aangereikte gegevens er geen reden was tot bezorgdheid voor de volksgezondheid. De blootstelling via voeding en water lag namelijk voldoende lager dan de gestelde gezondheidsdrempelwaarde. Ook effecten bij de gevoeligere bevolking leken uitgesloten. Bij deze evaluatie waren er weinig Europese data voor handen.
In 2013 bleek echter dat perchloraat toch meer voorkomt in levensmiddelen in de EU dan voordien gedacht. Bijgevolg werd Europees besloten om perchloraat op grote schaal te gaan monitoren en werd aan EFSA (de Europese Autoriteit voor de Veiligheid van de Voedselketen) een advies gevraagd over de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid.

Het in 2015 gepubliceerde EFSA advies (EFSA) heeft zowel de acute als chronische toxiciteit van perchloraat beoordeeld. EFSA is van mening dat er geen acuut gevaar is na de consumptie van één enkele dosis uit levensmiddelen. Er werd een nieuwe, lagere gezondheidsdrempelwaarde vastgesteld voor chronische toxiciteit dan deze uit het JECFA advies. Van de chronische blootstelling vindt EFSA dat dit mogelijks zorgwekkend is en dan vooral voor zuigelingen, peuters en kinderen met een hogere consumptie van levensmiddelen die perchloraat bevatten en een laag tot matig joodtekort hebben. Blootstelling aan perchloraat kan ook zorgwekkend zijn voor zuigelingen die borstvoeding krijgen van moeders met joodtekorten.

Een tijdelijke geharmoniseerde risicobeheeraanpak werd aangenomen in 2013 door de Commissie en de Europese lidstaten en herzien in 2015 (DG Santé), met als toepassingsdatum 16 maart 2015. De herziening, met een daling van de referentiewaarden waar mogelijk, is een eerste reactie op de conclusies van het EFSA advies. Bovendien spoort de Commissie de lidstaten aan om nog meer data te verzamelen in Commissie-aanbeveling 2015/682 (EUR-Lex). Van zodra er voldoende data zijn, zullen er in de komende jaren Europese discussies over maximumgehaltes worden opgestart.

Uiteraard wordt er ook gezocht naar de oorzaak van de verontreiniging. De voornaamste gevonden oorzaak is bepaalde meststoffen die hoge gehaltes aan perchloraat bevatten. Vooral in serres heeft dit aanleiding gegeven tot hogere gehaltes in groenten door het feit dat er in serres minder uitspoeling is door de afwezigheid van neerslag. Ondertussen wordt er grotere aandacht besteed aan de gebruikte meststoffen. Ook andere mogelijke bronnen zoals het gebruikte irrigatiewater worden onderzocht, maar daar werden nog geen verhoogde gehaltes ontdekt. Ook de FOD Volksgezondheid financiert in België onderzoek naar deze problematiek.

Perchloraat gaat in competitie met jood bij het transport van jood naar de schildklier en kan zo een invloed hebben op de hormonenproductie. Uiteindelijk kan het dus de functies van deze hormonen in het menselijk lichaam verstoren. Schildklierhormonen zijn o.a. belangrijk voor de groei en ontwikkeling van zuigelingen en kinderen en voor de stofwisseling in zuigelingen, kinderen en volwassenen.
Gevoelige bevolkingsgroepen zijn bijgevolg zuigelingen, zwangere vrouwen, foetussen, mensen met schildklierproblemen of joodgebrek.

Meer informatie over hoe het zit met de joodinname bij de Belgische bevolking en aanbevelingen kunt u vinden in een advies van de Hoge Gezondheidsraad (HGR).