Mycotoxines zijn giftige stoffen die door schimmels worden geproduceerd en zo onbedoeld in voedingsmiddelen terechtkomen.

Bepaalde schimmels produceren in tropische omstandigheden kankerverwekkende aflatoxines in:

  •  allerlei noten en oliehoudende zaden (vooral in pistaches, paranoten en pinda’s en soms in hazelnoten, amandelen, abrikozenpitten,…);
  • gedroogde vijgen en andere gedroogde vruchten;
  • granen (vooral maïs uit tropische streken, rijst en andere granen);
  • sommige specerijen zoals paprikapoeder, chilipoeder, cayennepeper, witte en zwarte peper, nootmuskaat, gemberpoeder en kurkuma.

Voor deze voedingsmiddelen zijn dan ook maximumgehaltes aan aflatoxines  vastgelegd. De controles hierop worden bij de invoer van de producten verricht. Om de internationale handel vlot te laten verlopen, zijn internationale compromissen over normen voor aflatoxines afgesproken.

Via veevoeder kan aflatoxine in melk terechtkomen. Daarom is een streng maximumgehalte vastgelegd, ook voor zuigelingenvoeding.

Het aflatoxinegehalte kan worden verlaagd door verschrompelde en beschimmelde nootjes  te verwijderen of door bijvoorbeeld het bruine velletje rond pinda’s te verwijderen. Chemische decontaminatie is verboden omdat de eventuele risico’s daarvan niet gekend zijn.

Verschillende soorten schimmels kunnen ochratoxine A produceren. Dit is een typisch probleem als granen te nat worden opgeslagen. Bij de productie van tarwegluten vindt er een zekere concentratie van ochratoxine A plaats. In sommige bessen komt de stof reeds voor op het veld. Er zijn maximumgehalten voor ochratoxine A in granen en afgeleide producten, in druivensap, wijn en rozijnen, in koffie, in een aantal specerijen (waarbij vooral paprikapoeder uit verre landen getroffen wordt), in zoethout en zoethoutextract (gebruikt in drop). Voor babyvoeding zijn strengere normen vastgelegd.

Patuline komt vooral voor in rottende appels en dus ook in allerlei producten op basis van appels zoals appelsap, appelmoes en cider, waarvoor maximale gehaltes  zijn vastgelegd. Voor zuigelingen- en peutervoeding bestaan er aparte, strengere normen.   In de Aanbeveling 2003/598/EG  van de Europese Commissie vindt u meer informatie over de preventie en vermindering van patulineverontreiniging in appelsap en appelsapingrediënten in andere dranken.

Fusariumtoxines worden voornamelijk gevormd op graan tijdens de groei op het veld. Ze zijn relatief moeilijk om te vermijden. De toxines komen terecht in bloem, brood, pasta, gebak, koekjes, ontbijtgranen en granensnacks. In Aanbeveling 2006/583/EG  van de Commissie van 17 augustus 2006 vindt u meer informatie over de preventie en beperking van Fusariumtoxines in granen en graanproducten.

Er zijn verschillende Fusariumtoxines. Voor deoxynivalenol (DON), zearalenon en fumonisines zijn maximumgehaltes  bepaald. Voor T2- en HT2-toxines is er aanbeveling 2013/165/EU voor onderzoek en trendopvolging. De aanbeveling bevat indicatieve waarden voor granen en graanproducten.

Deoxynivalenol (DON) komt vooral voor in tarwe uit onze streken en is wateroplosbaar, waardoor het bij het koken van pasta deels wordt verwijderd. Bij het maken van witte tarwebloem wordt een belangrijk deel van de mycotoxines verwijderd. Zearalenon wordt vooral vaak op maïs ontdekt en komt ook in de maïsolie terecht. Fumonisines komen vooral voor in maïs en maïsproducten uit warmere streken. T2- en HT2-toxines komen voor op haver en andere granen van bij ons en van meer noordelijke streken.

Ook voor sommige verwerkte voedingsmiddelen zijn normen voor Fusariumtoxines vastgelegd. Dat betekent dat een producent, om het maximumgehalte niet te overschrijden, aan zijn leveranciers soms strengere eisen voor de ruwe producten moet stellen dan wat wettelijk is voorzien.

Moederkoornalkaloïden zijn de giftige stoffen in een graanschimmel die tijdens het reinigen grotendeels wordt verwijderd.  De contaminatie wordt vooral visueel gecontroleerd op de graankorrels zelf, maar intussen is het ook mogelijk om bloem en andere voedingsmiddelen te analyseren op de aanwezigheid van deze toxines. Aanbeveling 2012/154/EU stimuleert monitoring van de aanwezigheid van moederkoornalkaloïden in diervoeders en levensmiddelen. Dit werd nog bevestigd in de contaminantenverordening zelf. Er werden een norm gesteld voor moederkorensclerotiën in onbewerkte granen, met uitzondering van maïs en rijst.

Voor citrinine geldt momenteel enkel een norm voor voedingssupplementen op basis van met de rode gist Monascus purpureus gefermenteerde rijst.