Voor sla, verse en verwerkte spinazie en rucola (raketsla) zijn Europese maximumgehaltes vastgelegd. Diepvriesspinazie is belangrijker dan verse spinazie voor de inname van nitraat maar kan gemakkelijker voldoen aan de nitraatnorm omdat de stof met kookwater kan worden verwijderd.

De nitraatgehaltes in sla zijn afhankelijk van diverse factoren, zoals het seizoen en de kweekcondities (in volle grond of in een serre). Ook de verschillende slasoorten variëren sterk, zo bevat ijsbergsla minder nitraat dan andere sla. Daarom zijn diverse maximumgehaltes vastgelegd, die telkens zo laag zijn als redelijkerwijze haalbaar is.

Ook voor rucola, waarin soms opvallend hoge nitraatgehaltes voorkomen, zijn specifieke normen vastgelegd.

Voor nitraat in babyvoeding bestaat er een aparte strenge norm.

Omdat nitraat onder invloed van bederfmicro-organismen kan omgezet worden in het gevaarlijkere nitriet, heeft België nog nitrietnormen voor bijzondere voeding voor zuigelingen en peuters. Nitriet kan bij zuigelingen acuut leiden tot blauwzucht. Het risico op nitrietvorming is wel groter bij zelfgemaakte groentepuree.

Andere stoffen in planten kunnen ook gezondheidsrisico’s inhouden. Voor voeding op basis van planten  zijn er voor bepaalde stoffen nationale maximale gehaltes vastgelegd.

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA heeft een risicobeoordeling voor pyrrolizidine-alkaloïden uitgevoerd. Deze stoffen zijn kankerverwekkend en komen voor in bepaalde soorten onkruid. Via de bloemenpollen van deze planten kunnen de toxische stoffen in honing terechtkomen. Er zijn nog geen wettelijke limieten vastgesteld.

Maanzaad, het zaad van de papaver die vaak voor de farmaceutische industrie wordt geteeld, zou in principe een kleine hoeveelheid morfine kunnen bevatten. Door goede praktijken toe te passen, is dit risico minimaal.