Een invasieve uitheemse soort is een levend organisme (dier of plant) dat gewild of ongewild door de mens buiten zijn natuurlijk biotoop werd geïntroduceerd. “Invasief” omdat de soort zich aan zijn nieuwe omgeving aanpast en daarbij aanzienlijke schade toebrengt aan de biodiversiteit of de natuurlijke habitats. In het Frans soms ook “espèce invasif” genoemd. 

 Een toenemende bedreiging 

Exotische soorten werden altijd al in Europa geïntroduceerd. Ze zijn evenwel niet allemaal invasief : hetzij omdat ze geen bedreiging vormen voor het ecosysteem, hetzij omdat ze zich niet kunnen aanpassen en zich dus niet kunnen voortplanten. Soms is de introductie ervan onder controle van de mens zelfs goed onthaald. Denken we bijvoorbeeld aan siertuinen voor planten of dierentuinen voor dieren.

Maar vandaag is het milieu meer dan ooit echt bedreigd door de aanzienlijke toename van het handelsverkeer en de grote vraag naar exotische dieren en planten. Soms veroorzaakt de introductie van deze soorten in de natuur ook problemen voor de gezondheid van de mens en/of de gezondheid van huisdieren of “inheemse” soorten (de natuurlijk in het wild levende soorten bij ons).

Wereldprobleem

De invasieve uitheemse soorten zijn een wereldwijd probleem. Na het verdwijnen van de natuurlijke habitats (bijvoorbeeld door de reconversie van deze habitats in landbouw-, industrie- of woongebieden) worden ze beschouwd als de tweede grootste oorzaak van het wereldwijde verlies aan biodiversiteit

Deze soorten dragen ook bij tot de achteruitgang van de ecosysteemdiensten. Ze concurreren bijvoorbeeld met lokale, inheemse soorten om voedsel of om het gebruik van de natuurlijke habitat, of ze voeden of kruisen zich ermee. Als gevolg daarvan is de diversiteit van inheemse soorten afgenomen, onder andere de genetische diversiteit.

Economische schade

Naast het louter milieuaspect veroorzaken de IAS ook grote economische schade die momenteel enkel voor de Europese Unie op 12,5 miljard euro per jaar wordt geraamd. Voor bepaalde sectoren zoals landbouw, aquacultuur, visvangst en bosbouw veroorzaken ze directe economische verliezen door bijvoorbeeld de insleep van ziekten. Ook de controle en uitroeiing ervan kan grote kosten teweegbrengen die collectief door de samenleving gedragen moeten worden.