Wat is een hormoonverstoorder?

Een hormoonverstoorder is een niet door het menselijk lichaam geproduceerde chemische stof of mengeling van chemische stoffen die de werking van onze hormonen verstoort en schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van het blootgestelde organisme of zijn afstamming (de gevolgen kunnen zelfs bij de volgende generaties tot uiting komen). Op milieuvlak worden de schadelijke effecten duidelijk binnen een populatie of een subpopulatie (definitie overeenkomstig de internationaal erkende definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)).

Hormonen spelen een sleutelrol in tal van biologische of fysiologische functies. Ze doen hun werk vaak in kleine hoeveelheden en op bepaalde tijden. Een verstoring van dat hormonaal systeem, in het bijzonder in bepaalde periodes van de ontwikkeling (bv: tijdens de vorming van de geslachtsorganen bij de foetus) kan onomkeerbare gevolgen hebben. De gevolgen kunnen meteen duidelijk zijn of pas enkele jaren na de blootstelling zichtbaar worden. De blootstelling aan die stoffen wordt bijvoorbeeld in verband gebracht met een toename van de onvruchtbaarheid, verstoringen van het immuunsysteem, een misvorming van het voortplantingsstelsel (voorbeelden bij de jongen: cryptorchisme, hypospadie), vroegtijdige borstontwikkeling bij de meisjes, teelbal- en andere kankers, zwaarlijvigheid en diabetes.    

Op 3 juli 2013 heeft de Hoge Gezondheidsraad (HGR) een advies uitgebracht over hormoonverstoorders, hun lage-dosis effecten, de kritische perioden van verhoogde gevoeligheid,…

Preventie: Zwangere vrouwen

Vrouwen die een kind wensen of zwanger zijn, beperken best zo veel mogelijk de blootstelling aan hormoonverstoorders. Zelfs in kleine hoeveelheden kunnen deze stoffen immers de groei en de ontwikkeling van de foetus beïnvloeden.

Concrete voorbeelden om de blootstelling aan hormoonverstoorders te beperken worden in verschillende brochures voorgesteld: 

Nationaal actieplan voor hormoonverstoorders 

Informatieverslag van de Senaat

Op 23 maart 2018 heeft de Belgische Senaat een informatierapport over hormoonverstoorders gestemd. Dit rapport pleit voor een actieplan mbt hormoonverstoorders, in samenwerking met wetenschappers, bedrijven en andere maatschappelijke actoren.

De 72 aanbevelingen richten zich op de preventie en de eliminatie van de hormoonontregelaars in consumptieproducten. Deze aanbevelingen ondersteunen de verschillende betrokken actoren bij hun acties om beter hormoonverstoorders te bannen. 

Uitwerking van een nationaal actieplan

In december 2019 hebben de ministers van Volksgezondheid en Leefmilieu het startschot gegeven voor de uitwerking van een nationaal actieplan voor hormoonverstoorders. De uitwerking van dit nationaal actieplan, onder leiding van DG Leefmilieu van de FOD Volksgezondheid, is gebaseerd op verschillende raadplegingsfasen:  

  • 1. Raadpleging van belanghebbenden (maart tot mei 2020),
  • 2. Raadpleging van de bevoegde overheden (juni 2020),
  • 3. Raadpleging van de ministers bevoegd voor Volksgezondheid en Leefmilieu.

De 72 aanbevelingen die in het informatierapport van de Senaat zijn geformuleerd, zullen als basis dienen voor de uitwerking van concrete acties, in samenwerking met talrijke partners op Europees, federaal, gewestelijk en gemeenschapsniveau.

Lijst van hormoonverstoorders

Momenteel wordt de identificatie van hormoonverstoorders uitgevoerd op grond van verschillende Europese wetgevingen. Verschillende Europese landen hebben besloten de beschikbare informatie te verzamelen op een internetsite (www.edlists.org) die op 2 juni 2020 online is gezet. Deze unieke informatiebron, ondersteund door de nationale autoriteiten van België, Denemarken, Frankrijk, Nederland en Zweden, omvat 3 lijsten met stoffen: 

  • Lijst 1: stoffen die op EU-niveau zijn geïdentificeerd als hormoonverstoorder.
  • Lijst 2: stoffen die onderin het kader van een Europese wetgeving onder beoordeling zijn voor hun hormoonverstorende eigenschappen.
  • Lijst 3:  stoffen waarvoor een deelnemende nationale autoriteit de hormoonverstorende eigenschappen heeft beoordeeld, op basis van wetenschappelijk bewijs.

Hoe identificeert men een hormoonverstoorder?

Om als hormoonverstoorder erkend te worden moet een stof voldoen aan 3 essentiële voorwaarden:

  1. een vastgestelde endocriene werking, bijvoorbeeld via in vitro studies (tests op cellen),
  2. één/meer  schadelijke gevolg(en) aangetoond bij een intact organisme (tests op dieren),
  3. een aannemelijk oorzakelijk verband tussen beide.

Samen met de Europese Agentschappen en de andere lidstaten werkt de FOD Volksgezondheid mee aan het evalueren van stoffen die hormoonverstoorders kunnen zijn. 

Verschillende tests zijn opgelijst om een stof als hormoonverstoorder te identificeren. Om tot een gemeenschappelijke interpretatie te komen heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) een richtsnoer uitgewerkt over de huidige beschikbare tests en hun gebruik (guidance document nr. 150).

Identificatie onder de REACH-verordening (1907/2006) 

In het kader van de REACH-verordening kan een stof per geval als hormoonverstoorder geïdentificeerd worden.

De identificatie van hormoonverstoorders onder REACH kadert in een Europese planning “SVHC roadmap to 2020”. Die roadmap bepaalt dat alle relevante zeer zorgwekkende stoffen (SVHC) tegen 2020 geïdentificeerd moeten zijn. De hormoonverstoorders behoren tot deze groep stoffen. Een expertengroep “hormoonverstoorders”, samengesteld uit experten uit verschillende Lidstaten, werd bij het Europees agentschap voor chemische stoffen (ECHA) opgericht om deze doelstelling mee te helpen realiseren. 

Andere procedures van de REACH-verordening helpen bij het identificeren van hormoonverstoorders, zoals het stofbeoordelingsprocess. Voor stoffen waarvoor een Lidstaat hormoonverstorende eigenschappen vermoedt, kan een vraag om bijkomende informatie en/of test(s) via deze procedure worden aangevraagd.

Stoffen die door de autoriteiten als hormoonverstoorders werden geïdentificeerd, worden opgenomen in de kandidaatslijst voor autorisatie. Die stoffen worden dan als zeer zorgwekkende stoffen erkend (SVHC) omdat ze even zorgwekkend zijn als de stoffen die zijn ingedeeld als kankerverwekkend, mutageen of reproductietoxisch, PBT (persistent, bioaccumulerend en toxisch) of vPvB (zeer persistent en sterk bioaccumulerend).

Hieronder enkele stoffen die als hormoonverstoorders werden geïdentificeerd en voorbeelden van gebruik: 

  • 4-Nonylphenol: gebruikt bij de productie van epoxyharsen en stabilisatoren voor plastic, verven… 
  • 4-Nonylphenol ethoxylate:  gebruikt bij de productie van polymeren, papier, textiel, verven…
  • 4-Tert-octylphenol:  tussenproduct bij de productie van harsen, verven…
  • 4-Tert-octylphenol ethoxylate: detergent gebruikt bij cellulaire en moleculaire biologie dat celmembranen kan vernietigen (Triton X-100), surfactant in zepen…
  • Bis(2-ethylhexyl)ftalaat (DEHP): gebruikt om PVC’s soepel te maken en in andere kunststoffen, aanwezig in bepaalde verven, printerinkt…
  • Bisphenol A : gebruikt bij de productie van plastic polycarbonaat... (het gebruik van Bisphenol A in kassaticketten is verboden sinds 2 januari 2020),

De identificatie als hormoonverstoorder is een eerste stap. Daarna moeten nog reglementaire maatregelen worden genomen om blootstelling te vermijden (bv.: beperking, toelating).

Identificatie in het kader van Verordeningen biociden (528/2012) en gewasbeschermingsmiddelen (1107/2009)

Voor de verordeningen biociden en gewasbeschermingsmiddelen had de Commissie in december 2013 een voorstel moeten bezorgen (gewasbeschermingsmiddelen) of een wetgevingsakte moeten aannemen (biociden) voor identificatiecriteria.  

In januari 2015 heeft Zweden, gesteund door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, een beroep ingesteld bij het Europese Hof van Justitie omdat de Europese Commissie nog steeds geen identificatiecriteria had vastgesteld overeenkomstig de biocidenverordening. In december 2015 heeft het Europese Hof van Justitie een vonnis uitgebracht waarin het Zweden gelijk gaf en stelde dat de Commissie een duidelijke, precieze en onvoorwaardelijke opdracht had.  

In juni 2016, heeft de Commissie een eerste voorstel van identificatiecriteria voor de 2 wetgevingen voorgesteld. De criteria voor biociden zijn gepubliceerd en van toepassing sinds 7 juni 2018. De criteria voor gewasbeschermingsmiddelen zijn ook gepubliceerd en zijn van toepassing sinds 10 november 2018. Een richtsnoer is beschikbaar op de ECHA website om bedrijven en overheden te ondersteunen bij het gebruik van de criteria.

Andere tools en documentatie

  • Site van de WHO (educatief materiaal voor de gezondheidssector is op deze site beschikbaar)
  • NGO WECF
  • SAICM

Sites van de Europese Commissie: